AstronomieAntwoorden
AstronomieAntwoordenBoek: Manen


[AA] [Woordenboek] [Antwoordenboek] [UniversumFamilieBoom] [Wetenschap] [Sterrenhemel] [Planeetstanden] [Reken] [Colofon]

1. Manen en satellieten ... 2. Manen bij de Zon ... 3. Manenlijst ... 4. Grote Manen ... 5. Grote manen van Jupiter ... 6. Gebonden rotatie

Deze bladzijde beantwoordt vragen over manen. De vragen zijn:

Je kunt ook informatie over manen in het algemeen vinden op de Manenbladzijde uit de UniversumFamilieBoom, en over de Maan van de Aarde in het bijzonder op de Maanbladzijde van het AntwoordenBoek.

1. Manen en satellieten

Er is geen officiële definitie van een maan, maar als je kijkt naar de hemellichamen die als manen bekend staan dan blijkt dat in de praktijk een maan een hemellichaam is dat direct om een flink groter hemellichaam draait dat geen ster (zoals de Zon) is.

Op dezelfde manier is een satelliet iets algemener een ding dat om een groter ding draait maar daar geen deel van uitmaakt. Dat grotere ding mag dus ook een ster zijn, of zelfs zoiets als een melkwegstelsel.

[299]

Manen zijn gemaakt van rotsen en ijs. Manen die verder van de Zon weg zijn hebben meestal meer ijs dan manen die dichter bij de Zon zijn. Onze Maan en de manen van Mars hebben helemaal geen ijs (behalve misschien in diepe kraters nabij hun polen), maar de maan Europa van Jupiter heeft een ijslaag die vele kilometers dik is.

[229]

2. Manen bij de Zon

Het is niet eenvoudig om te zeggen hoeveel manen er bij de Zon zijn, want dat hangt er helemaal van af wat je allemaal een maan bij de Zon vindt.

Als je je strikt aan de definitie van een maan houdt die ik hierboven gaf, dan heeft de Zon zelf helemaal geen manen, want dan is iets dat direct om een ster zoals de Zon draait per definitie geen maan.

Er zijn op het moment ten minste 60 manen die rond de planeten draaien en die al een officiële naam hebben gekregen. Je kunt dus zeggen dat er tenminste 60 benoemde manen bij de Zon zijn.

Je kunt ook minder strikt de planeten, kometen en asteroïden zien als "manen" van de Zon. In dat geval loopt het aantal benoemde manen bij de Zon in de tienduizenden, waarvan de meeste dan asteroïden zijn.

Het aantal manen dat nog geen naam heeft gekregen of nog niet ontdekt is is hoogstwaarschijnlijk nog verschrikkelijk veel groter. Er is geen officiële minimumgrootte van een maan vastgesteld, dus zul je met grotere telescopen en betere apparaten steeds meer steeds kleinere stenen, steentjes en ijsklompen ontdekken die rond de Zon of de planeten draaien.

[298]

3. Manenlijst

Hier is een lijst van manen van alle planeten. Er worden nog regelmatig nieuwe kleine manen ontdekt, dus de lijst is waarschijnlijk niet compleet. Ik werkte de lijst voor het laatst bij op 2006-05-22. De gegevens kwamen voornamelijk van //ssd.jpl.nasa.gov/?sat_discovery en //ssd.jpl.nasa.gov/?sat_elem. De gegevens voor elke maan zijn: de naam van de planeet; de naam van de maan; de afstand \(d\) tot de planeet, gemeten in duizenden kilometers (Mm); de straal \(R\) van de maan, gemeten in kilometers; de sterkte \(g\) van de zwaartekracht aan het oppervlak vergeleken met die op Aarde; de omloopperiode \(P\) gemeten in uren (h), dagen (d), en jaren (a); het jaar van ontdekking van de maan; de alternatieve naam; de tijdelijk naam. Net ontdekte manen krijgen een tijdelijke naam. Als hun baan voldoende goed bepaald is, dan krijgen ze een officiële naam. Zie de bladzijde over namen voor meer informatie over de schrijfwijze en oorsprong van de namen.

Tabel 1: Manen

Planeet Maan \({d}\)\({R}\)\({g}\)\(P\)/h \(P\)/d \(P\)/a Ontdekt Naam 2 Tijdelijke Naam
Aarde Maan 384,4 1737,07 0,1658 658,7 27,4 0,1
Mars Phobos 9,38 11,14 0,0006 7,7 0,3 1877 MI
Mars Deimos 23,46 6,2 0,0003 30,3 1,3 1877 MII
Jupiter Metis 128 21,5 0,0018 7,1 0,3 1979 JXVI S/1979 J3
Jupiter Adrastea 129 10,13 0,0005 7,2 0,3 1979 JXV S/1979 J1
Jupiter Amalthea 181,4 86,21 0,0019 12,0 0,5 1892 JV
Jupiter Thebe 221,9 49,75 0,0041 16,2 0,7 1979 JXIV S/1979 J2
Jupiter Io 421,8 1821,6 0,1832 42,5 1,8 1610 JI
Jupiter Europa 671,1 1560,8 0,1341 85,2 3,6 1610 JII
Jupiter Ganymedes 1070,4 2631,2 0,1457 171,7 7,2 1610 JIII
Jupiter Callisto 1882,7 2410,3 0,1261 400,4 16,7 1610 JIV
Jupiter Themisto 7284 4 0,0003 127,0 0,3 2000 JXVIII S/1975 J1 = S/2000 J1
Jupiter Leda 11165 10 0,0007 241,0 0,7 1974 JXIII
Jupiter Himalia 11461 85 0,0064 250,6 0,7 1904 JVI
Jupiter Lysithea 11717 18 0,0013 259,1 0,7 1938 JX
Jupiter Elara 11741 43 0,0032 259,8 0,7 1905 JVII
Jupiter S/2000 J11 12560 2 0,0000 287,5 0,8 2000 S/2000 J11
Jupiter S/2003 J12 15912 0,5 0,0000 410,0 1,1 2003 S/2003 J12
Jupiter Carpo 16989 1,5 0,0001 452,3 1,2 2003 JXLVI S/2003 J20
Jupiter Euporie 19304 1 0,0001 547,8 1,5 2001 JXXXIV S/2001 J10
Jupiter S/2003 J3 20221 1 0,0001 587,3 1,6 2003 S/2003 J3
Jupiter S/2003 J18 20514 1 0,0001 600,1 1,6 2003 S/2003 J18
Jupiter Orthosie 20720 1 0,0001 609,2 1,7 2001 JXXXV S/2001 J9
Jupiter Euanthe 20797 1,5 0,0001 612,6 1,7 2001 JXXXIII S/2001 J7
Jupiter Harpalyke 20858 2,2 0,0002 615,3 1,7 2000 JXXII S/2000 J5
Jupiter Praxidike 20907 3,4 0,0003 617,4 1,7 2000 JXXVII S/2000 J7
Jupiter Thyone 20939 2 0,0002 618,9 1,7 2001 JXXIX S/2001 J2
Jupiter S/2003 J16 20963 1 0,0001 619,9 1,7 2003 S/2003 J16
Jupiter Iocaste 21061 2,6 0,0002 624,3 1,7 2000 JXXIV S/2000 J3
Jupiter Mneme 21069 1 0,0001 624,6 1,7 2003 JXL S/2003 J21
Jupiter Hermippe 21131 2 0,0002 627,4 1,7 2001 JXXX S/2001 J3
Jupiter Thelxinoe 21162 1 0,0000 628,8 1,7 2004 JXLII S/2003 J22
Jupiter Helike 21263 2 0,0002 633,3 1,7 2003 JXLV S/2003 J6
Jupiter Ananke 21276 14 0,0010 633,9 1,7 1951 JXII
Jupiter S/2003 J15 22627 1 0,0001 695,2 1,9 2003 S/2003 J15
Jupiter Eurydome 22865 1,5 0,0001 706,2 1,9 2001 JXXXII S/2001 J4
Jupiter Arche 22931 1,5 0,0001 709,2 1,9 2002 JXLIII S/2002 J1
Jupiter S/2003 J17 23001 1 0,0001 712,5 2,0 2003 S/2003 J17
Jupiter Pasithee 23004 1 0,0001 712,6 2,0 2001 JXXXVIII S/2001 J6
Jupiter S/2003 J10 23042 1 0,0001 714,4 2,0 2003 S/2003 J10
Jupiter Chaldene 23100 1,9 0,0001 717,1 2,0 2000 JXXI S/2000 J10
Jupiter Isonoe 23155 1,9 0,0001 719,7 2,0 2000 JXXVI S/2000 J6
Jupiter Erinome 23196 1,6 0,0001 721,6 2,0 2000 JXXV S/2000 J4
Jupiter Kale 23217 1 0,0001 722,6 2,0 2001 JXXXVII S/2001 J8
Jupiter Aitne 23229 1,5 0,0001 723,1 2,0 2001 JXXXI S/2001 J11
Jupiter Taygete 23280 2,5 0,0002 725,5 2,0 2000 JXX S/2000 J9
Jupiter S/2003 J9 23384 0,5 0,0000 730,4 2,0 2003 S/2003 J9
Jupiter Carme 23404 23 0,0017 731,3 2,0 1938 JXI
Jupiter Sponde 23487 1 0,0001 735,2 2,0 2001 JXXXVI S/2001 J5
Jupiter Megaclite 23493 2,7 0,0002 735,5 2,0 2000 JXIX S/2000 J8
Jupiter S/2003 J5 23495 2 0,0002 735,6 2,0 2003 S/2003 J5
Jupiter S/2003 J19 23533 1 0,0001 737,4 2,0 2003 S/2003 J19
Jupiter S/2003 J23 23563 1 0,0001 738,8 2,0 2003 S/2003 J23
Jupiter Kalyke 23566 2,6 0,0002 738,9 2,0 2000 JXXIII S/2000 J2
Jupiter S/2003 J14 23614 1 0,0001 741,2 2,0 2003 S/2003 J14
Jupiter Pasiphae 23624 30 0,0023 741,6 2,0 1908 JVIII
Jupiter Eukelade 23661 2 0,0002 743,4 2,0 2003 JXLVII S/2003 J1
Jupiter S/2003 J4 23930 1 0,0001 756,1 2,1 2003 S/2003 J4
Jupiter Sinope 23939 19 0,0014 756,5 2,1 1914 JIX
Jupiter Hegemone 23947 1,5 0,0001 756,9 2,1 2003 JXXXIX S/2003 J8
Jupiter Aoede 23981 2 0,0002 758,5 2,1 2003 JXLI S/2003 J7
Jupiter Kallichore 24043 1 0,0001 761,5 2,1 2003 JXLIV S/2003 J11
Jupiter Autonoe 24046 2 0,0002 761,6 2,1 2001 JXXVIII S/2001 J1
Jupiter Callirrhoe 24103 4,3 0,0003 764,3 2,1 1999 JXVII S/1999 J1
Jupiter Cyllene 24349 1 0,0001 776,0 2,1 2003 JXLVIII S/2003 J13
Jupiter S/2003 J2 29541 1 0,0001 1037,0 2,8 2003 S/2003 J2
Saturnus Pan 133,6 12,8 0,0002 13,8 0,6 1990 SXVIII S/1981 S13
Saturnus S/2005 S1 136,5 3 0,0000 14,3 0,6 2005 S/2005 S1
Saturnus Atlas 137,7 16,26 0,0001 14,5 0,6 1980 SXV S/1980 S28
Saturnus Prometheus 139,4 50,11 0,0005 14,8 0,6 1980 SXVI S/1980 S27
Saturnus Pandora 141,7 42,18 0,0006 15,1 0,6 1980 SXVII S/1980 S26
Saturnus Epimetheus 151,4 59,32 0,0010 16,7 0,7 1980 SXI S/1980 S3
Saturnus Janus 151,5 89,19 0,0016 16,7 0,7 1966 SX S/1980 S1
Saturnus Mimas 185,54 198,52 0,0065 22,7 0,9 1789 SI
Saturnus Methone 194 3 0,0000 24,2 1,0 2004 SXXXII S/2004 S1
Saturnus Pallene 211 4 0,0000 27,5 1,1 2004 SXXXIII S/2004 S2
Saturnus Enceladus 238,04 249,29 0,0118 32,9 1,4 1789 SII
Saturnus Tethys 294,67 529,98 0,0150 45,4 1,9 1684 SIII
Saturnus Telesto 294,71 11,2 0,0004 45,4 1,9 1980 SXIII S/1980 S13
Saturnus Calypso 294,71 9,86 0,0003 45,4 1,9 1980 SXIV S/1980 S25
Saturnus Dione 377,42 562,5 0,0236 65,7 2,7 1684 SIV
Saturnus Helene 377,42 16,29 0,0007 65,7 2,7 1980 SXII S/1980 S6
Saturnus Polydeuces 377,42 4 0,0000 65,7 2,7 2004 SXXXIV S/2004 S5
Saturnus Rhea 527,07 764,5 0,0269 108,5 4,5 1672 SV
Saturnus Titan 1221,87 2575,5 0,1381 382,9 16,0 1655 SVI
Saturnus Hyperion 1500,88 143,04 0,0018 521,3 21,7 0,1 1848 SVII
Saturnus Iapetus 3560,84 734,5 0,0228 79,4 0,2 1671 SVIII
Saturnus Kiviuq 11111 8 0,0004 437,5 1,2 2000 SXXIV S/2000 S5
Saturnus Ijiraq 11124 6 0,0002 438,3 1,2 2000 SXXII S/2000 S6
Saturnus Phoebe 12947,8 109,92 0,0047 550,4 1,5 1898 SIX
Saturnus Paaliaq 15200 11 0,0005 700,1 1,9 2000 SXX S/2000 S2
Saturnus Skathi 15541 4 0,0001 723,7 2,0 2000 SXXVII S/2000 S8
Saturnus Albiorix 16182 16 0,0006 769,0 2,1 2000 SXXVI S/2000 S11
Saturnus S/2004 S11 17119 3 0,0000 836,7 2,3 2005 S/2004 S11
Saturnus Erriapo 17343 5 0,0002 853,2 2,3 2000 SXXVIII S/2000 S10
Saturnus Siarnaq 17531 20 0,0007 867,1 2,4 2000 SXXIX S/2000 S3
Saturnus Tarvos 17983 7,5 0,0003 900,9 2,5 2000 SXXI S/2000 S4
Saturnus S/2004 S13 18403 3 0,0000 932,6 2,6 2005 S/2004 S13
Saturnus Mundilfari 18685 3,5 0,0001 954,1 2,6 2000 SXXV S/2000 S9
Saturnus Narvi 19007 3,5 0,0002 978,9 2,7 2003 SXXXI S/2003 S1
Saturnus S/2004 S15 19338 3 0,0000 1004,6 2,8 2005 S/2004 S15
Saturnus S/2004 S17 19447 2 0,0000 1013,1 2,8 2005 S/2004 S17
Saturnus Suttungr 19459 3,5 0,0001 1014,0 2,8 2000 SXXIII S/2000 S12
Saturnus S/2004 S14 19856 3 0,0000 1045,2 2,9 2005 S/2004 S14
Saturnus S/2004 S12 19878 2,5 0,0000 1046,9 2,9 2005 S/2004 S12
Saturnus S/2004 S18 20129 3,5 0,0000 1066,8 2,9 2005 S/2004 S18
Saturnus S/2004 S9 20390 2,5 0,0000 1087,7 3,0 2005 S/2004 S9
Saturnus Thrymr 20474 3,5 0,0001 1094,4 3,0 2000 SXXX S/2000 S7
Saturnus S/2004 S10 20735 3 0,0000 1115,4 3,1 2005 S/2004 S10
Saturnus S/2004 S7 20999 3 0,0000 1136,7 3,1 2005 S/2004 S7
Saturnus S/2004 S16 22453 2 0,0000 1256,8 3,4 2005 S/2004 S16
Saturnus Ymir 23040 9 0,0004 1306,4 3,6 2000 SXIX S/2000 S1
Saturnus S/2004 S8 25108 3 0,0000 1486,2 4,1 2005 S/2004 S8
Uranus Cordelia 49,8 20,1 0,0008 8,1 0,3 1986 UVI S/1986 U7
Uranus Ophelia 58,8 21,4 0,0008 10,3 0,4 1986 UVII S/1986 U8
Uranus Bianca 59,2 25,7 0,0010 10,4 0,4 1986 UVIII S/1986 U9
Uranus Cressida 61,8 39,8 0,0015 11,1 0,5 1986 UIX S/1986 U3
Uranus Desdemona 62,7 32 0,0012 11,4 0,5 1986 UX S/1986 U6
Uranus Juliet 64,4 46,8 0,0017 11,9 0,5 1986 UXI S/1986 U2
Uranus Portia 66,1 67,6 0,0025 12,3 0,5 1986 UXII S/1986 U1
Uranus Rosalind 69,9 36 0,0013 13,4 0,6 1986 UXIII S/1986 U4
Uranus Cupid 74,8 12 0,0000 14,8 0,6 2003 UXXVII S/2003 U2
Uranus Belinda 75,3 40,3 0,0015 15,0 0,6 1986 UXIV S/1986 U5
Uranus Perdita 76,42 13 0,0000 15,3 0,6 1999 UXXV S/1986 U10
Uranus Puck 86 81 0,0030 18,3 0,8 1985 UXV S/1985 U1
Uranus Mab 97,7 16 0,0000 22,1 0,9 2003 UXXVI S/2003 U1
Uranus Miranda 129,9 235,68 0,0081 33,9 1,4 1948 UV
Uranus Ariel 190,9 578,9 0,0275 60,5 2,5 1851 UI
Uranus Umbriel 266 584,7 0,0233 99,5 4,1 1851 UII
Uranus Titania 436,3 788,9 0,0386 209,0 8,7 1787 UIII
Uranus Oberon 583,5 761,4 0,0354 323,2 13,5 1787 UIV
Uranus Francisco 4276 6 0,0003 267,2 0,7 2001 UXXII S/2001 U3
Uranus Caliban 7231 49 0,0021 587,5 1,6 1997 UXVI S/1997 U1
Uranus Stephano 8004 10 0,0004 684,2 1,9 1999 UXX S/1999 U2
Uranus Trinculo 8504 5 0,0002 749,3 2,1 2001 UXXI S/2001 U1
Uranus Sycorax 12179 95 0,0041 1284,2 3,5 1997 UXVII S/1997 U2
Uranus Margaret 14345 5,5 0,0002 1641,5 4,5 2003 UXXIII S/2003 U3
Uranus Prospero 16256 15 0,0006 1980,3 5,4 1999 UXVIII S/1999 U3
Uranus Setebos 17418 15 0,0006 2196,3 6,0 1999 UXIX S/1999 U1
Uranus Ferdinand 20901 6 0,0003 2887,0 7,9 2001 UXXIV S/2001 U2
Neptunus Naiad 48,23 33,45 0,0012 7,1 0,3 1989 NIII S/1989 N6
Neptunus Thalassa 50,08 41,25 0,0015 7,5 0,3 1989 NIV S/1989 N5
Neptunus Despina 52,53 75,26 0,0025 8,0 0,3 1989 NV S/1989 N3
Neptunus Galatea 61,95 87,75 0,0033 10,3 0,4 1989 NVI S/1989 N4
Neptunus Larissa 73,55 97,45 0,0035 13,3 0,6 1989 NVII S/1989 N2
Neptunus Proteus 117,65 209,87 0,0078 26,9 1,1 1989 NVIII S/1989 N1
Neptunus Triton 354,8 1353,4 0,0795 141,1 5,9 1846 NI
Neptunus Nereid 5513,4 170 0,0073 360,1 1,0 1949 NII
Neptunus S/2002 N1 15728 24 0,0011 1734,8 4,7 2002 S/2002 N1
Neptunus S/2002 N2 22422 24 0,0011 2952,9 8,1 2002 S/2002 N2
Neptunus S/2002 N3 23571 24 0,0011 3182,8 8,7 2002 S/2002 N3
Neptunus S/2003 N1 46695 14 0,0005 8874,5 24,3 2003 S/2003 N1
Neptunus S/2002 N4 48387 30 0,0012 9361,2 25,6 2002 S/2002 N4
Pluto Charon 19,6 593 0,0313 164,5 6,9 1978 PI S/1978 P1
Pluto Nix 48,7 25 0,0007 635,2 24,9 0,1 2005 S/2005 P2
Pluto Hydra 64,8 25 0,0011 975,2 38,2 0,1 2005 S/2005 P1

[302]

4. Grote Manen

Onze Maan is groot, maar de manen Ganymedes (van Jupiter), Titan (van Saturnus), Callisto (van Jupiter) en Io (van Jupiter) zijn nog groter. De eerste twee zijn zelfs groter dan de planeet Mercurius. Vergeleken met zijn planeet is de maan Charon (van Pluto) groter dan onze Maan. Zie de Manenbladzijde in de UniversumFamilieBoom.

Manen en planeten worden gevormd uit vele grote en kleine fragmenten die met elkaar botsen en soms gedeeltelijk aan elkaar blijven kleven. Het lijkt erop dat onze Maan gevormd werd toen de Aarde geraakt werd door een ander voorwerp dat ongeveer zo groot was als Mars. Vanwege die inslag werd veel materiaal in een baan rond de Aarde geworpen, en een deel daarvan klonterde samen en werd de Maan. Als de Aarde niet op precies die manier door zo'n groot voorwerp geraakt was, dan zouden we misschien helemaal niet zo'n grote maan gehad. Zie ook vraag 189.

[400] [405]

5. Grote manen van Jupiter

Jupiter heeft vier grote manen en een heleboel kleine manen. De vier grote manen van Jupiter (Io, Europa, Ganymedes, Callisto) werden door Galileo Galileï ontdekt en worden daarom wel eens de Galileïsche manen genoemd. Er bestaat een baanresonantie tussen de vier manen die er voor zorgt dat ze nooit alle vier aan dezelfde kant van Jupiter kunnen staan.

De grote manen van Jupiter draaien rond de planeet in een vlak dat loodrecht staat op de draaias van de planeet, oftewel in het equatoriale vlak van de planeet. De meeste grote satellieten van planeten draaien in of nabij het equatoriale vlak van hun planeet, net zoals de meeste planeten nabij het equatoriale vlak van de Zon rond de Zon draaien. Dit is een aanwijzing dat de satellieten samen met hun planeet gevormd werden, en de planeten samen met de Zon.

[462]

Na gemiddeld een synodische periode zal een maan van Jupiter weer terugkeren naar ongeveer dezelfde positie ten opzichte van Jupiter. Het antwoord op vraag 461 legt uit hoe je de synodische periode uit kunt rekenen aan de hand van siderische perioden. Je zou dus kunnen denken dat je met behulp van de synodische perioden kunt voorspellen wanneer verduisteringen van manen van Jupiter gaan gebeuren.

Echter, voorspellingen aan de hand van de synodische periode zullen niet erg nauwkeurig zijn, omdat Jupiter niet met constante snelheid langs een cirkelbaan rond de Aarde draait, maar met een steeds veranderende snelheid langs een ellipsbaan rond de Zon. In een deel van zijn baan gaat Jupiter sneller dan gemiddeld, en in een ander deel langzamer dan gemiddeld, waardoor de onderlinge verschijnselen met zijn manen later of juist eerder dan gemiddeld zullen zijn, afhankelijk van waar Jupiter is in zijn baan.

Ook bekijken wij Jupiter niet vanaf de Zon maar vanaf de Aarde die zelf ook rond de Zon draait, maar die draaiing kwam in de berekening van de synodische periode niet voor, dus zorgt ook dat voor een vervroeging of verlating van de verschijnselen (tot ongeveer 1/30ste deel van de periode van de maan).

Bovendien is de afstand tussen Jupiter en de Aarde niet constant. Omdat licht een eindige snelheid heeft doen beelden van een verre verduistering langer over de reis dan de beelden van een dichtbije verduistering, dus lijkt een verre verduistering later dan gemiddeld te gebeuren en een dichtbije verduistering vroeger dan gemiddeld (tot ongeveer 11 minuten).

En ook bewegen de manen van Jupiter niet in precies hetzelfde vlak rond Jupiter als Jupiter rond de Zon draait, en Jupiter niet in hetzelfde vlak rond de Zon als de Aarde, en ook dat heeft invloed op de berekening van verschijnselen waarbij de precieze stand heel belangrijk is (zoals het begin van verduisteringen van de manen), maar die zitten ook niet in de berekening van de synodische periode. Hoe verder de maan van Jupiter is, hoe moeilijker het is om een verduistering te krijgen. Zo'n maan heeft misschien alleen maar verduisteringen als Jupiter in een bepaald klein stuk van zijn baan rond de Zon staat.

Al met al zijn de synodische perioden dus niet voldoende om nauwkeurig verduisteringen of andere verschijnselen te voorspellen. Ze kunnen wel aangeven wanneer zo'n verschijnsel zeker niet kan gebeuren, maar niet elke voorspelling van zo'n verschijnsel met behulp van synodische perioden zal altijd uitkomen. Dit is vergelijkbaar met hoe het werkt met zonsverduisteringen en maansverduisteringen van de Maan van de Aarde. Aan de hand van synodische perioden kun je wel zeggen wanneer er een kans is op zo'n verduistering (namelijk een kans op een zonsverduistering bij elke nieuwe maan of een kans op een maansverduistering bij elke volle maan -- bij andere maanstanden gebeuren die verduisteringen zeker niet), maar je kunt er niet precies mee voorspellen of die verduisteringen wel gebeuren, want er gebeurt lang niet elke volle maan een maansverduistering en lang niet elke nieuwe maan een zonsverduistering, en de details daarvan zijn niet eenvoudig uit te rekenen.

Als je wel precieze voorspellingen wilt doen voor verduisteringen van de manen van Jupiter, dan zul je de precieze posities van de manen en Jupiter aan de hemel moeten kunnen uitrekenen, en dat is een stuk ingewikkelder dan alleen de synodische periode. Het boek [Meeus] besteed 12 bladzijden aan dit probleem, en verwijst dan ook nog voor sommige berekeningen naar andere hoofdstukken, dus die komen er dan eigenlijk ook nog bij.

[592]

6. Gebonden rotatie

Regelmatige manen zijn manen met ongeveer cirkelvormige banen (dus kleine excentriciteit) ongeveer boven de evenaar van de planeet (dus kleine inclinatie), die hun baan volgen in dezelfde richting als de aswenteling van de planeet. Die manen zijn waarschijnlijk samen met hun planeet ontstaan.

Van alle regelmatige manen in ons zonnestelsel toont alleen de maan Hyperion van Saturnus niet altijd dezelfde kant aan zijn planeet. Alle andere regelmatige manen tonen altijd dezelfde kant aan hun planeet, net als onze Maan. Dit heet gebonden rotatie en betekent dat de draaiperiode van die manen (rond hun draaias) gelijk is aan hun baanperiode (rond de planeet). De draaiing van Hyperion rond zijn as is chaotisch, en slechts op korte termijn voorspelbaar. Hiervoor lijkt een combinatie van oorzaken te zijn: Hyperion heeft een erg onregelmatige vorm (duidelijk niet bolvormig), heeft een matig wisselende afstand tot zijn planeet (excentriciteit 0,12; redelijk hoog voor een regelmatige maan), en zijn baan ligt dicht bij die van een veel grotere maan (Titan).

Onregelmatige manen (met een sterk gekantelde baan en/of een sterk ovale baan en/of draaiend in tegengestelde richting dan regelmatige manen) zijn meestal heel ver van hun planeet waar de getijdenkrachten veel zwakker zijn en de aswenteling van de maan nog niet hebben kunnen ketenen aan de beweging rond de planeet.

Onze Maan is een grote maan bij een niet-zo-grote planeet, dus de aswenteling van de Maan is relatief moeilijker door de getijdekrachten van de Aarde te veranderen dan de aswenteling van een maan die kleiner is of bij een grotere planeet staat ― dus de meeste manen. Toch is zelfs van onze Maan de draaiperiode al gelijk aan de baanperiode. Het lijkt mij daarom niet bijzonder dat de aswenteling van bijna alle regelmatige manen zo aan hun planeet is gekoppeld.



[AA]

[vorige][volgende]


talen: [en] [nl]

//aa.quae.nl/nl/antwoorden/manen.html;
Laatst vernieuwd: 2017-04-24