AstronomieAntwoorden
AstronomieAntwoordenBoek: Sterrenbeelden


[AA] [Woordenboek] [Antwoordenboek] [UniversumFamilieBoom] [Wetenschap] [Sterrenhemel] [Planeetstanden] [Reken] [Colofon]

1. Sterrenbeelden ... 1.1. Wat is een sterrenbeeld? ... 1.2. IAU sterrenbeelden ... 1.3. De beste definitie van sterrenbeelden? ... 1.4. Tabel van sterrenbeelden ... 1.5. De grootste en kleinste sterrenbeelden ... 1.6. De helderste en zwakste sterrenbeelden (wat betreft heldere sterren) ... 1.7. De verste en meest nabije sterrenbeelden ... 1.8. De helderste sterrenbeelden (wat betreft de Melkweg) ... 2. De Krab ... 3. Groter nabij de horizon, kleiner hoog aan de hemel ... 4. Sterrenbeelden en melkwegstelsels ... 5. De ecliptica en de dierenriem ... 6. Sterrenbeelden van de dierenriem ... 6.1. Hoeveel sterrenbeelden in de dierenriem? ... 6.2. Sterrenbeeld en teken vergeleken ... 6.3. Verandering van de ecliptica ... 7. Het tijdperk van de Waterman ... 8. Bibliografie ... 9. Precessie ... 10. Sterren naar een ander sterrenbeeld

Deze bladzijde beantwoordt vragen over sterrenbeelden. De vragen zijn:

Voor vragen over hoe sterrenbeelden over de hemelbol bewegen kun je terecht op de bladzijde over de hemelbol en de horizon.

1. Sterrenbeelden

1.1. Wat is een sterrenbeeld?

Een sterrenbeeld is:

  1. een groep sterren aan de hemel waarvan iemand vindt dat ze een patroon vormen dat lijkt op een bepaald persoon of dier of voorwerp.
  2. een bepaald gebied aan de hemel waarbinnen één zo'n groep sterren ligt.

[492]

Alle sterrenbeelden hebben een grote mate van willekeur. Iedereen kan zijn eigen sterrenbeelden verzinnen, en in verschillende landen en verschillende tijden zijn er een heleboel verschillende sterrenbeelden verzonnen die vaak helemaal niets te maken hadden met de sterrenbeelden die bekend waren in andere landen of tijden. Er is geen "enige echte" definitie van sterrenbeelden. Als het overduidelijk was hoe de sterrenbeelden gedefinieerd moesten worden, dan zouden we allang allemaal dezelfde sterrenbeelden gebruiken.

1.2. IAU sterrenbeelden

Eugène Delporte heeft in 1930 de sterrenhemel verdeeld in 88 sterrenbeelden en die verdeling is aangenomen door de IAU (zie //www.iau.org/IAU/Activities/nomenclature/const.html), en die sterrenbeelden worden meestal in moderne sterrenatlassen vermeld.

De grenzen die meneer Delporte vaststelde bestaan uit rechte lijnen die óf constante rechte klimming óf constante declinatie hebben. Het voordeel van zulke grenzen is dat dit het eenvoudiger maakt om uit te zoeken aan welke kant van zo'n grens een bepaalde ster is. Bijvoorbeeld, een van de stukken van de grens tussen Aquarius en Pisces is gedefinieerd als "declinatie gelijk aan precies −4 graden, voor rechte klimming tussen precies 22h45m en precies 23h50m (ten opzichte van de equinox van 1875)", met Aquarius onder en Pisces boven die grens. Als ik eenmaal de coördinaten heb omgerekend naar de equinox van 1875, dan kan ik bepalen of een plek tussen die rechte klimmingen in Aquarius of in Pisces is door zijn declinatie te vergelijken met de waarde −4. Ik hoef alleen maar de rechte klimming en declinatie te vergelijken met diverse vaste waarden. Ik hoef geen enkele lastige berekening te doen. Het is moeilijk om een eenvoudigere methode te vinden. Het algoritme voor de bepaling van het sterrenbeeld uit de rechte klimming en declinatie heeft slechts 1428 vaste waarden nodig (1071 getallen en 357 [deels dubbele] sterrenbeeldnamen) om de hele hemel te bedekken. Een vergelijkbaar algoritme om het land op Aarde te bepalen uit de geografische lengtegraad en breedtegraad zou een enorm veel groter aantal waarden nodig hebben om de hele Aarde te bedekken, omdat de grenzen van landen op Aarde veel minder regelmatig zijn.

De IAU-grenzen zijn een poging om de grenzen van de sterrenbeelden zo te leggen dat alle sterren die tot dan toe al algemeen tot een bepaald sterrenbeeld gerekend werden ook volgens de IAU-regels bij datzelfde sterrenbeeld zouden horen. De traditie tot dan toe was (tenminste voor de noordelijke sterrenbeelden) gebaseerd op de sterrenbeelden zoals gedefinieerd door de oude Grieken, dus (bijna?) alle sterren die de Grieken zo'n 2000 jaar geleden in een bepaald sterrenbeeld stopten zitten daar ook volgens de IAU-regels nog in. Datzelfde geldt waarschijnlijk ook voor de sterrennamen die toegekend waren door Johann Bayer (rond 1600, zoals "α Centauri") en John Flamsteed (rond 1720, zoals "51 Pegasi"), en voor de namen van variabele sterren (zoals "R Andromedae").

Er waren waarschijnlijk ook wel een paar (veel) zwakkere sterren die volgens sommige mensen bij het ene sterrenbeeld hoorden maar volgens anderen bij het andere sterrenbeeld, en daar moest de IAU dan een keuze maken waar niet iedereen tevreden mee zou zijn.

[508]

1.3. De beste definitie van sterrenbeelden?

Er is niet een enkele "waarheid" over sterrenbeelden. Als het overduidelijk was hoe je de sterrenhemel moest verdelen in sterrenbeelden dan gebruikten we allemaal allang dezelfde definitie. In plaats daarvan hebben verschillende volkeren in verschillende delen van de wereld hele verschillende manieren verzonnen om de sterrenhemel in sterrenbeelden te verdelen. De definities die de IAU heeft gegeven zijn "slechts" een conventie, maar wel een nuttige conventie, want alle serieuze publicaties over sterrenkunde gebruiken die conventie. Niettemin staat het iedereen vrij om zijn eigen sterrenbeelden te definiëren, maar dan moet je niet veel hoop hebben dat veel mensen jouw definities zullen gebruiken.

Deze situatie is hetzelfde als het probleem hoe de verschillende planten en dieren een naam te geven, of de geologische lagen, of planeten, of medische aandoeningen. Er zijn geen inherent beste namen voor die dingen, en verschillende mensen in verschillende plaatsen en tijden hebben heel verschillende namen verzonnen voor die dingen, en zelfs kunnen verschillende mensen dezelfde naam gebruiken maar voor verschillende dingen.

De beste manier om het eenvoudig te maken voor mensen over de hele wereld om dezelfde namen te gebruiken voor dezelfde dingen is om een professionele, gerespecteerde organisatie een conventie op te laten stellen voor het toekennen van namen. Mensen worden niet gedwongen om die conventie te gebruiken, maar als twee mensen dezelfde conventie gebruiken dan zal het voor hen veel eenvoudiger zijn om over die dingen te praten, en hoe meer mensen dezelfde conventie gebruiken, hoe groter de kans wordt dat je gesprekspartner dezelfde conventie kent als jij. Vanwege deze voordelen wordt zo'n conventie meestal steeds meer populair, waardoor het gebruik ervan nog handiger wordt, waardoor het nog meer populair wordt, en zo voort. Meestal gebruiken tenminste de professionelen in een bepaald vakgebied allemaal dezelfde conventie voor het geven van namen die in hun vakgebied belangrijk zijn. Het algemene woord voor zulke conventies is "nomenclatuur" (//nl.wikipedia.org/wiki/Nomenclatuur)

Sommige mensen beweren dat betere, meer "intuïtieve" definities kunnen worden gevonden voor sterrenbeelden dan die van de IAU, maar ik geloof niet dat sterrenbeelden "intuïtieve" grenzen hebben, behalve als je met "intuïtief" eigenlijk "persoonlijk" bedoelt, dus niet hetzelfde als de grenzen die andere mensen zouden definiëren. Als ik 100 mensen een plaatje van de nachtelijke hemel geef (met alleen sterren) en hen vraag om de grenzen van de sterrenbeelden daar op te tekenen, dan is het onwaarschijnlijk dat er twee mensen tussen zitten die precies dezelfde grenzen tekenen ― zelfs als die mensen wel eens een sterrenatlas met grenzen erin gezien hebben. Sommige gebieden zullen van meer mensen een grens krijgen dan andere gebieden, maar er zullen waarschijnlijk altijd wat verschillen zijn tussen de grenzen die verschillende mensen trekken.

De sterrenbeelden zoals gedefinieerd door de IAU zijn heel erg subjectief, maar ook heel erg precies. Voor elk punt aan de hemel en voor elke ster kunnen we precies bepalen in welk IAU-sterrenbeeld het valt. Als je wilt dat je sterrenbeelden heel precies vastliggen, dan moet je subjectieve beslissingen nemen over waar je de grenzen precies neer legt.

[493]

De sterrenbeelden die de IAU definieerde overlappen elkaar niet. Elk punt aan de hemel hoort bij precies één IAU-sterrenbeeld. Het zou verwarrend zijn als sommige punten aan de hemel bij meer dan één sterrenbeeld tegelijk hoorden, net zoals het verwarrend zou zijn als sommige plekken op Aarde bij meer dan één land tegelijk hoorden. Stel dat de sterrenbeelden Vissen en Waterman elkaar deels overlapten. Moeten we dan zeggen dat de Maan de Vissen binnen gaat als de Maan voor het eerst vanuit de Waterman het overlapgebied binnen gaat en dus óók in de Vissen is (maar ook nog steeds in de Waterman), of als de Maan het overlapgebied verlaat en dus alleen nog maar in de Vissen is, of als de Maan halverwege het overlapgebied is, of nog iets anders? Verschillende mensen zouden verschillende oplossingen kunnen verzinnen en gebruiken. Overlap is verwarrend.

De oude Grieken van voor onze jaartelling noemden al veel van de noordelijke sterrenbeelden die de IAU ook noemt, maar sterrenbeelden werden toen gedefinieerd aan de hand van lijsten van specifieke sterren die bij die sterrenbeelden hoorden, en niet aan de hand van grenzen. Zwakke sterren tussen de sterren van verschillende sterrenbeelden werden gezien als "losse sterren" die niet bij het ene of het andere sterrenbeeld hoorden. Het lijkt mij waarschijnlijk dat alle andere volkeren uit die tijd hun sterrenbeelden ook definieerden aan de hand van lijsten van sterren, en niet aan de hand van grenzen.

1.4. Tabel van sterrenbeelden

De sterrenbeelden gedefinieerd door de IAU staan genoemd in de volgende tabel. De tabel geeft voor elk sterrenbeeld: de Nederlandse naam, de officiële (Latijnse) naam, de officiële afkorting, en een lijst van alle buren van het sterrenbeeld. Twee sterrenbeelden zijn buren als ze een gemeenschappelijke grens hebben die meer is dan alleen een punt. De sterrenbeelden zijn gesorteerd op de alfabetische volgorde van hun officiële latijnse naam.

Tabel 1: Sterrenbeelden en Hun Buren

naam kort buren
Nederlands Latijn (nominatief) Latijn (genitief)
Andromeda Andromeda Andromedae And Cas Lac Peg Per Psc Tri
Luchtpomp Antlia Antliae Ant Cen Hya Pyx Vel
Paradijsvogel Apus Apodis Aps Ara Cha Cir Mus Oct Pav TrA
Waterman Aquarius Aquarii Aqr Aql Cap Cet Del Equ Peg Psc PsA Scl
Adelaar Aquila Aquilae Aql Aqr Cap Del Her Oph Sge Sgr Sct Ser
Altaar Ara Arae Ara Aps CrA Nor Pav Sco Tel TrA
Ram Aries Arietis Ari Cet Per Psc Tau Tri
Voerman Auriga Aurigae Aur Cam Gem Lyn Per Tau
Boötes Bootes Bootis Boo CVn Com CrB Dra Her Ser UMa Vir
Graveerstift Caelum Caeli Cae Col Dor Eri Hor Lep Pic
Giraf Camelopardus Camelopardalis Cam Aur Cas Cep Dra Lyn Per UMa UMi
Kreeft Cancer Cancri Cnc CMi Gem Hya Leo Lyn
Jachthonden Canes Venatici Canum Venaticorum CVn Boo Com UMa
Grote Hond Canis Major Canis Majoris CMa Col Lep Mon Pup
Kleine Hond Canis Minor Canis Minoris CMi Cnc Gem Hya Mon
Steenbok Capricornus Capricorni Cap Aqr Aql Mic PsA Sgr
Kiel Carina Carinae Car Cen Cha Mus Pic Pup Vel Vol
Cassiopeia Cassiopeia Cassiopeiae Cas And Cam Cep Lac Per
Centaur Centaurus Centauri Cen Ant Car Cir Cru Hya Lup Mus Vel
Cepheus Cepheus Cephei Cep Cam Cas Cyg Dra Lac UMi
Walvis Cetus Ceti Cet Aqr Ari Eri For Psc Scl Tau
Kameleon Chamaeleon Chamaeleontis Cha Aps Car Men Mus Oct Vol
Passer Circinus Circini Cir Aps Cen Lup Mus Nor TrA
Duif Columba Columbae Col Cae CMa Lep Pic Pup
Haar van Berenice Coma Berenices Comae Berenices Com Boo CVn Leo UMa Vir
Zuiderkroon Corona Austrina Coronae Austrinae CrA Ara Sgr Sco Tel
Noorderkroon Corona Borealis Coronae Borealis CrB Boo Her Ser
Raaf Corvus Corvi Crv Crt Hya Vir
Beker Crater Crateris Crt Crv Hya Leo Sex Vir
Zuiderkruis Crux Australis Crucis Australis Cru Cen Mus
Zwaan Cygnus Cygni Cyg Cep Dra Lac Lyr Peg Vul
Dolfijn Delphinus Delphini Del Aqr Aql Equ Peg Sge Vul
Goudvis Dorado Doradus Dor Cae Hor Hyi Men Pic Ret Vol
Draak Draco Draconis Dra Boo Cam Cep Cyg Her Lyr UMa UMi
Veulen Equuleus Equulei Equ Aqr Del Peg
Rivier Eridanus Eridanus Eridani Eri Cae Cet For Hor Hyi Lep Ori Phe Tau
Oven Fornax Fornacis For Cet Eri Phe Scl
Tweelingen Gemini Geminorum Gem Aur Cnc CMi Lyn Mon Ori Tau
Kraanvogel Grus Gruis Gru Ind Mic Phe PsA Scl Tuc
Hercules Hercules Herculis Her Aql Boo CrB Dra Lyr Oph Sge Ser Vul
Klok Horologium Horologii Hor Cae Dor Eri Hyi Ret
Waterslang Hydra Hydrae Hya Ant Cnc CMi Cen Crv Crt Leo Lib Mon Pup Pyx Sex Vir
Kleine Waterslang Hydrus Hydri Hyi Dor Eri Hor Men Oct Ret Tuc
Indiaan Indus Indi Ind Gru Mic Oct Pav Tel Tuc
Hagedis Lacerta Lacertae Lac And Cas Cep Cyg Peg
Leeuw Leo Leonis Leo Cnc Com Crt Hya LMi Sex UMa Vir
Kleine Leeuw Leo Minor Leonis Minoris LMi Leo Lyn UMa
Haas Lepus Leporis Lep Cae CMa Col Eri Mon Ori
Weegschaal Libra Librae Lib Hya Lup Oph Sco Ser Vir
Wolf Lupus Lupi Lup Cen Cir Lib Nor Sco
Lynx Lynx Lyncis Lyn Aur Cam Cnc Gem LMi UMa
Lier Lyra Lyrae Lyr Cyg Dra Her Vul
Tafelberg Mensa Mensae Men Cha Dor Hyi Oct Vol
Microscoop Microscopium Microscopii Mic Cap Gru Ind PsA Sgr
Eenhoorn Monoceros Monocerotis Mon CMa CMi Gem Hya Lep Ori Pup
Vlieg Musca Muscae Mus Aps Car Cen Cha Cir Cru
Winkelhaak Norma Normae Nor Ara Cir Lup Sco TrA
Octant Octans Octantis Oct Aps Cha Hyi Ind Men Pav Tuc
Slangendrager Ophiuchus Ophiuchi Oph Aql Her Lib Sgr Sco Ser
Orion Orion Orionis Ori Eri Gem Lep Mon Tau
Pauw Pavo Pavonis Pav Aps Ara Ind Oct Tel
Pegasus Pegasus Pegasi Peg And Aqr Cyg Del Equ Lac Psc Vul
Perseus Perseus Persei Per And Ari Aur Cam Cas Tau Tri
Phoenix Phoenix Phoenicis Phe Eri For Gru Scl Tuc
Schildersezel Pictor Pictoris Pic Cae Car Col Dor Pup Vol
Vissen Pisces Piscium Psc And Aqr Ari Cet Peg Tri
Zuidelijke Vis Piscis Austrinus Piscis Austrini PsA Aqr Cap Gru Mic Scl
Achtersteven Puppis Puppis Pup CMa Car Col Hya Mon Pic Pyx Vel
Kompas Pyxis Pyxidis Pyx Ant Hya Pup Vel
Net Reticulum Reticuli Ret Dor Hor Hyi
Pijl Sagitta Sagittae Sge Aql Del Her Vul
Boogschutter Sagittarius Sagittarii Sgr Aql Cap CrA Mic Oph Sco Sct Ser Tel
Schorpioen Scorpius Scorpii Sco Ara CrA Lib Lup Nor Oph Sgr
Beeldhouwer Sculptor Sculptoris Scl Aqr Cet For Gru Phe PsA
Schild Scutum Scuti Sct Aql Sgr Ser
Slang Serpens Serpentis Ser Aql Boo CrB Her Lib Oph Sgr Sct Vir
Sextant Sextans Sextantis Sex Crt Hya Leo
Stier Taurus Tauri Tau Ari Aur Cet Eri Gem Ori Per
Telescoop Telescopium Telescopii Tel Ara CrA Ind Pav Sgr
Driehoek Triangulum Trianguli Tri And Ari Per Psc
Zuidelijke Driehoek Triangulum Australe Trianguli Australis TrA Aps Ara Cir Nor
Toekan Tucana Tucanae Tuc Gru Hyi Ind Oct Phe
Grote Beer Ursa Major Ursae Majoris UMa Boo Cam CVn Com Dra Leo LMi Lyn
Kleine Beer Ursa Minor Ursae Minoris UMi Cam Cep Dra
Zeilen Vela Velorum Vel Ant Car Cen Pup Pyx
Maagd Virgo Virginis Vir Boo Com Crv Crt Hya Leo Lib Ser
Vliegende Vis Volans Volantis Vol Car Cha Dor Men Pic
Vosje Vulpecula Vulpeculae Vul Cyg Del Her Lyr Peg Sge

De volgende tabel toont een aantal eigenschappen van elk sterrenbeeld. De eigenschappen zijn:

Alle getallen behalve de totale helderheid zijn gewogen met de helderheid die elke ster meer heeft dan de helderheid van een ster van magnitude 6, dus tellen de bijdragen van de heldere sterren meer dan die van de zwakke sterren. Alle waarden zijn gebaseerd op gegevens uit de Hipparcos-catalogus.

Tabel 2: Sterrenbeelden: Eigenschappen

αδλβlbwHAdMO
And 0:50 +39 28 +30 122 −23 25 0,94 722 162 6 10-07
Ant 10:12 −33 170 −41 268 +18 15 0,07 239 308 1 02-19
Aps 16:04 −77 259 −55 312 −18 9 0,12 206 247 1 05-24
Aqr 22:27 −9 334 +0 52 −51 29 0,75 980 260 1 08-28
Aql 19:42 +6 298 +27 44 −8 15 1,05 652 35 74 07-16
Ara 17:24 −54 263 −30 336 −10 9 0,41 237 324 17 06-13
Ari 2:21 +22 40 +8 148 −35 14 0,45 441 91 1 10-31
Aur 5:28 +42 83 +18 166 +4 15 1,91 657 69 12 12-14
Boo 14:23 +23 204 +35 27 +68 19 1,76 907 50 1 04-28
Cae 4:40 −40 56 −61 244 −41 7 0,03 125 96 0 12-03
Cam 4:47 +66 80 +43 143 +13 23 0,30 757 317 5 12-05
Cnc 8:38 +18 127 +0 207 +31 17 0,20 506 202 3 01-27
CVn 13:04 +40 174 +42 112 +76 13 0,18 465 138 0 04-07
CMa 6:48 −18 105 −41 229 −9 10 5,01 380 27 29 01-01
CMi 7:39 +5 115 −15 213 +13 4 0,84 183 13 1 01-13
Cap 21:06 −17 313 −1 30 −37 18 0,44 414 113 0 08-06
Car 7:32 −59 156 −77 271 −18 27 3,27 494 307 38 01-11
Cas 0:50 +60 42 +49 122 −2 14 0,91 598 124 26 10-07
Cen 13:53 −54 228 −39 311 +7 24 3,65 1060 34 28 04-20
Cep 21:56 +68 31 +68 107 +10 21 0,68 588 114 21 08-20
Cet 1:42 −8 20 −17 158 −67 34 0,83 1231 94 1 10-21
Cha 10:07 −79 242 −69 295 −19 9 0,12 132 176 0 02-18
Cir 15:00 −62 243 −43 316 −3 7 0,12 93 86 8 05-08
Col 5:51 −35 86 −59 241 −27 9 0,33 270 212 0 12-19
Com 12:42 +23 179 +25 269 +86 13 0,18 386 131 0 04-01
CrA 18:53 −40 280 −17 356 −17 8 0,15 128 224 8 07-04
CrB 15:43 +29 223 +47 46 +52 9 0,31 179 118 0 05-19
Crv 12:23 −19 193 −16 293 +42 8 0,36 184 122 0 03-27
Crt 11:20 −16 177 −18 273 +41 9 0,13 282 175 0 03-10
Cru 12:33 −60 220 −50 300 +2 5 1,28 68 217 10 03-29
Cyg 20:31 +41 328 +57 80 +1 19 1,42 804 255 115 07-28
Del 20:39 +14 316 +31 58 −16 5 0,15 189 176 2 07-30
Dor 5:07 −60 38 −81 269 −36 14 0,17 179 147 4 12-10
Dra 17:15 +65 190 +85 95 +34 30 1,02 1083 127 2 06-10
Equ 21:13 +7 323 +22 57 −26 5 0,06 72 124 0 08-08
Eri 3:18 −36 31 −51 238 −57 52 1,73 1138 116 1 11-14
For 2:50 −30 27 −43 226 −63 14 0,09 398 105 0 11-07
Gem 7:15 +25 106 +2 192 +15 18 1,38 514 65 6 01-07
Gru 22:26 −45 319 −33 350 −55 11 0,62 366 144 0 08-28
Her 17:18 +28 255 +51 51 +31 27 1,07 1225 123 5 06-11
Hor 3:40 −50 25 −66 260 −50 21 0,07 249 144 0 11-19
Hya 10:18 −14 162 −23 256 +34 56 1,04 1303 180 1 02-21
Hyi 2:06 −71 321 −69 294 −44 15 0,27 243 59 0 10-27
Ind 21:04 −53 301 −35 343 −40 16 0,16 294 84 0 08-06
Lac 22:31 +46 4 +50 99 −10 11 0,20 201 283 22 08-29
Leo 10:37 +15 155 +6 226 +56 24 1,25 947 99 1 02-26
LMi 10:24 +34 144 +22 190 +57 12 0,12 232 127 0 02-23
Lep 5:31 −18 80 −41 221 −25 11 0,52 290 123 1 12-15
Lib 15:18 −17 231 +1 345 +33 18 0,46 538 162 0 05-12
Lup 15:13 −43 238 −24 328 +12 14 0,90 334 330 12 05-11
Lyn 8:26 +46 117 +26 173 +35 28 0,29 545 196 2 01-24
Lyr 18:41 +38 286 +61 67 +18 5 1,23 286 31 6 07-01
Men 5:33 −76 278 −79 288 −30 9 0,03 153 112 2 12-16
Mic 21:04 −36 307 −19 6 −41 11 0,08 210 219 0 08-06
Mon 6:53 −2 104 −25 215 +0 21 0,30 482 385 10 01-02
Mus 12:30 −69 229 −57 301 −6 6 0,32 138 255 11 03-29
Nor 16:15 −50 251 −28 332 +0 8 0,11 165 222 25 05-27
Oct 21:46 −83 282 −62 308 −31 13 0,13 291 215 0 08-17
Oph 17:14 −4 257 +18 17 +19 30 1,16 948 109 55 06-10
Ori 5:32 +0 82 −23 203 −17 17 3,23 594 421 7 12-15
Pav 19:55 −63 286 −41 333 −31 16 0,49 378 101 0 07-19
Peg 22:44 +19 350 +25 85 −34 27 0,95 1121 181 2 09-01
Per 3:27 +44 61 +25 149 −9 17 1,20 615 243 12 11-16
Phe 0:49 −46 347 −46 304 −70 15 0,42 469 136 0 10-06
Pic 6:03 −56 92 −79 264 −28 14 0,14 247 139 0 12-22
Psc 0:37 +9 12 +5 117 −53 33 0,44 889 172 1 10-03
PsA 22:50 −30 331 −20 19 −63 8 0,47 245 34 0 09-03
Pup 7:41 −36 128 −56 250 −6 22 1,20 673 306 62 01-13
Pyx 8:52 −30 147 −45 253 +9 10 0,14 221 331 10 01-30
Ret 4:01 −62 3 −76 275 −43 5 0,14 114 127 0 11-24
Sge 19:51 +18 304 +38 56 −4 4 0,11 80 336 13 07-18
Sgr 18:50 −28 281 −5 6 −12 19 1,39 867 185 145 07-03
Sco 16:50 −32 255 −10 350 +7 22 2,13 497 272 59 06-04
Scl 0:14 −32 348 −30 358 −80 19 0,11 475 238 0 09-27
Sct 18:40 −8 280 +14 23 −1 7 0,11 109 281 31 07-01
Ser 16:28 +3 244 +25 18 +33 39 0,51 637 93 18 05-30
Sex 10:15 −3 156 −13 245 +41 11 0,04 314 284 0 02-20
Tau 4:28 +17 67 −4 178 −21 19 1,50 797 125 5 12-01
Tel 18:47 −49 278 −25 347 −19 12 0,14 252 274 0 07-03
Tri 2:09 +32 41 +18 141 −27 6 0,16 132 98 0 10-28
TrA 16:14 −67 256 −45 320 −11 8 0,39 110 133 7 05-27
Tuc 23:23 −63 316 −52 318 −51 15 0,21 295 112 2 09-13
UMa 11:29 +55 144 +46 144 +57 31 1,74 1280 101 1 03-12
UMi 15:06 +80 113 +72 116 +35 16 0,48 256 240 0 05-09
Vel 9:10 −49 168 −60 270 +0 18 1,32 500 196 31 02-04
Vir 13:19 −4 199 +3 315 +57 27 1,12 1294 134 2 04-11
Vol 8:00 −69 206 −78 281 −19 8 0,17 141 177 0 01-18
Vul 20:09 +24 312 +43 63 −4 15 0,18 268 365 17 07-23

[226]

Bijvoorbeeld: het sterrenbeeld Schorpioen (Sco) heeft een grootte van 497 vierkante graden.

De gemiddelde declinatie δ van een sterrenbeeld geeft aan vanaf welke delen van de wereld het te zien is. Vanaf het noordelijke halfrond van de wereld zijn alle sterrenbeelden met positieve declinaties te zien en ook sterrenbeelden met negatieve declinaties als die maar niet meer negatief zijn dan je noordelijke breedtegraad minus 90 graden. Vanaf het zuidelijke halfrond zijn alle sterrenbeelden met negatieve declinaties te zien en ook sterrenbeelden met positieve declinaties als die maar niet groter zijn dan 90 graden min je zuidelijke breedtegraad. Bijvoorbeeld: Vanaf 40 graden noorderbreedte zijn sterrenbeelden te zien met een declinatie die tussen −50 en +90 graden ligt, en vanaf 40 graden zuiderbreedte zijn sterrenbeelden te zien met een declinatie die tussen −90 en +50 graden ligt.

De gemiddelde rechte klimming α van een sterrenbeeld bepaalt mede in welke tijd van het jaar het sterrenbeeld het beste te zien is. Rond 9 uur 's avonds (lokale zonnetijd) zijn in januari van elk jaar de sterrenbeelden met rechte klimming tussen ongeveer 4 en 6 uur het beste te zien, in februari die tussen 6 en 8 uur, en zo elke maand de volgende twee uren van rechte klimming. De kolom O toont de datum waarop het sterrenbeeld om middernacht (lokale zonnetijd) culmineert. Bijvoorbeeld, voor Orion is deze datum 12-15 (15 december), dus is Orion het beste (langste) zichtbaar rond het midden van december.

De gemiddelde eclipticale breedtegraad β van een sterrenbeeld geeft aan hoe ver dat sterrenbeeld ongeveer van het pad van de Zon (de ecliptica) is. De sterrenbeelden van de dierenriem hebben een gemiddelde eclipticale breedtegraad die dicht bij 0 ligt.

De gemiddelde galactische breedtegraad b van een sterrenbeeld geeft aan hoe ver dat sterrenbeeld ongeveer is van het vlak (de middellijn) van de Melkweg. Als de galactische breedtegraad dicht bij 0 ligt, dan ligt het sterrenbeeld aan de hemel dicht bij of zelfs in de Melkweg.

1.5. De grootste en kleinste sterrenbeelden

De vijf grootste en kleinste sterrenbeelden staan vermeld in de volgende tabel, met hun grootte in vierkante graden. De vijf grootste sterrenbeelden beslaan samen 15 procent van de hemel (boven en onder de horizon). De vijf kleinste sterrenbeelden beslaan samen 1 procent van de hemel. Ter vergelijking, de volle maan beslaat aan de hemel ongeveer 0,2 vierkante graden dus is het kleinste sterrenbeeld ongeveer 350 keer zo groot aan de hemel als de volle maan. Nederland beslaat op Aarde 2,8 vierkante graden.

Tabel 3: Sterrenbeelden: Grootste en Kleinste

Grootste Kleinste
Hya 1303 Cru 68
Vir 1294 Equ 72
UMa 1280 Sge 80
Cet 1231 Cir 93
Her 1225 Sct 109

1.6. De helderste en zwakste sterrenbeelden (wat betreft heldere sterren)

De vijf helderste en zwakste sterrenbeelden staan in de volgende tabel, samen met hun helderheid B zoals hierboven gedefinieerd. De vijf helderste sterrenbeelden omvatten samen 27 procent van de helderheid van alle sterrenbeelden samen, die 63,8 eenheden is. De vijf zwakste sterrenbeelden omvatten samen 0,4 procent van het totaal. Ter vergelijking: de helderheid van de volle Maan is ongeveer 150.000 eenheden, en die van Venus op zijn helderst is ongeveer 50 eenheden.

Tabel 4: Sterrenbeelden: Helderste en Zwakste (Sterren)

Helderste Zwakste
CMa 5,01 Cae 0,026
Cen 3,65 Men 0,034
Car 3,27 Sex 0,041
Ori 3,22 Equ 0,062
Sco 2,13 Hor 0,071

1.7. De verste en meest nabije sterrenbeelden

De volgende tabel toont de vijf gemiddeld meest nabije sterrenbeelden en de vijf gemiddeld verste sterrenbeelden, zoals hierboven gedefinieerd, met hun gemiddelde afstanden gemeten in lichtjaren. Deze afstanden zijn slechts gemiddelden die het meest kijken naar de helderste sterren. Elk sterrenbeeld heeft sterren die dichterbij staan en veel sterren die verder weg staan (waarvan de meeste zwak zijn en dus weinig meetellen in het gemiddelde). Het gemiddelde van alle sterren (met nadruk op de helderste) is 94 lichtjaren.

Tabel 5: Sterrenbeelden: Verste en Meest Nabije

Verste Nabijste
Ori 422 CMi 14
Mon 385 CMa 27
Vul 366 Lyr 31
Sge 337 Cen 34
Pyx 331 PsA 35

1.8. De helderste sterrenbeelden (wat betreft de Melkweg)

De vijf helderste sterrenbeelden staan in de volgende tabel, samen met hun helderheid M zoals hierboven gedefinieerd. De vijf helderste sterrenbeelden omvatten samen 45 procent van de helderheid van de Melkweg aan de hemel.

Tabel 6: Sterrenbeelden: Helderste (Melkweg)

Helderste
Sgr 145
Cyg 115
Aql 74
Pup 62
Sco 59

[406]

2. De Krab

De Krab is een oeroud sterrenbeeld. De vroegste Griekse wijsgeren van ruim 2000 jaar geleden noemden het sterrenbeeld al. Volgens de mythologie ([Allen]) zou de krab Hercules in zijn tenen geknepen hebben toen Hercules met de Waterslang (Hydra) vocht, zou Hercules toen de krab geplet hebben, en zou de godin Juno toen de krab aan de hemel gezet hebben.

[265]

3. Groter nabij de horizon, kleiner hoog aan de hemel

De sterrenbeelden en de Zon en Maan lijken groter te zijn als ze laag aan de hemel staan dan als ze hoog aan de hemel staan, omdat je hersens je voor de gek houden. De sterrenbeelden zijn niet echt groter als ze dicht bij de horizon zijn. Je kunt dit zelf nakijken door de grootte van een sterrenbeeld met iets van een bekende grootte te vergelijken, bijvoorbeeld met de breedte van je vuist als je je arm helemaal uitstrekt. Je kunt de grootte van de Maan vergelijken met de dikte van je duim als je je arm helemaal uitstrekt. Doe zo'n vergelijking wanneer de Maan of het sterrenbeeld hoog aan de hemel staat en weer als hij laag aan de hemel staat. De grootte is in beide gevallen hetzelfde.

Ik denk dat een sterrenbeeld of de Maan groter lijkt als het dicht bij de horizon staat omdat je het onbewust vergelijkt met de afmeting van dingen op de grond die ook ver weg zijn, zoals een gebouw of een berg aan de horizon, en daarmee vergeleken lijkt een sterrenbeeld of de Maan wel groot. Als de Maan of het sterrenbeeld hoog aan de hemel staat, dan zie je het in het midden van een nog veel grotere hemel, en dan lijkt het klein.

Probeer maar eens te schatten hoe groot (in centimeters of meters of kilometers) de Maan lijkt als hij bij de horizon staat en als hij hoog aan de hemel staat. Ik verwacht dat het antwoord kleiner is als de Maan hoog aan de hemel staat dan als de Maan dicht bij de horizon staat.

In bovenstaande verklaring komt straalbreking niet voor. Straalbreking heft het beeld van een hemellichaam nabij de horizon op, en wel meer naarmate het dichter bij de horizon is. De straalbreking kan echter alleen in verticale richting een systematisch effect hebben, omdat ook de dampkring alleen in de verticale richting gelaagd is. Het is niet mogelijk om in de horizontale richting alles bijvoorbeeld tweemaal zo groot te laten lijken, want als dat overal langs de horizon goldt dan zou de horizon tweemaal 360 graden in omtrek moeten zijn, en dat past niet. Het zonsbeeld is dus op elke hoogte boven de horizon even breed.

Het effect van straalbreking in verticale richting is te zien aan de laagstaande Zon of Maan. Die zien er een beetje platgedrukt uit, omdat de onderkant door de straalbreking meer wordt opgetild dan de bovenkant (aangezien de onderkant zolang hij zichtbaar is per definitie dichter bij de horizon staat). De Zon lijkt 15% platter te zijn als de onderkant van de zonneschijf de horizon raakt. Als de onderkant nog 1 graad (twee zonneschijfdiameters) boven de horizon staat, dan is de afplatting 10%. Als de Zon 5 graden boven de horizon staat, dan is de afplatting nog maar 2,5%.

Straalbreking heel dicht bij de horizon maakt het beeld van de Zon of Maan dus niet groter, maar juist kleiner, want minder uitgestrekt in verticale richting. Het effect is echter hooguit 15% en in de verkeerde richting, dus kan het niet het "klein als hoog, groot als laag"-effect verklaren, dat de andere kant op werkt, niet de vorm verandert, en veel groter dan 15% lijkt.

[215]

4. Sterrenbeelden en melkwegstelsels

De sterren die de sterrenbeelden vormen die we vanaf de Aarde kunnen zien zijn allemaal sterren uit het nabije deel van onze eigen Melkweg. De meeste sterren die de sterrenbeelden vormen zijn minder dan 1000 lichtjaren van de Aarde, terwijl de diameter van onze Melkweg ongeveer 100.000 lichtjaren is.

[216]

De vraag welk sterrenbeeld het verste reikt is net zo moeilijk om te beantwoorden als de vraag welk deel van het strand de kleinste zandkorrel heeft. Je kunt alleen zeggen welk sterrenbeeld het verste reikt als je heel precies zegt welke sterren wel meetellen en welke niet. Een ster die klein maar dichtbij is kan net zo helder lijken als een ster die groot maar ver weg is. Als je betere apparaten gebruikt, dan kun je zwakkere en verdere sterren zien.

Ons Melkwegstelsel is meer uitgestrekt in de richtingen waar je op een donkere nacht de Melkweg ziet dan in andere richtingen, dus sterrenbeelden zoals Cassiopeia en de Zwaan en de Boogschutter die een deel van de Melkweg bevatten maken meer kans om sterren te bevatten die echt ver weg staan dan sterrenbeelden zoals de Grote Beer of de Leeuw die ver van de Melkweg staan.

[141]

5. De ecliptica en de dierenriem

De Zon beweegt tegen de achtergrond van de sterren en sterrenbeelden, net zoals het middenstuk van een draaimolen voor de omgeving langs lijkt te schuiven als je op de draaimolen zit terwijl die draait. Het hangt van de relatieve positie van de Aarde en de Zon af waar de Zon tussen de sterren lijkt te zijn. Omdat de Aarde steeds in hetzelfde vlak rond de Zon draait lijkt de Zon telkens hetzelfde pad tussen de sterren af te leggen. Dat pad is de ecliptica. De Maan en heldere planeten draaien in ongeveer maar niet precies hetzelfde vlak rond de Zon als de Aarde. Ze kunnen daarom tot een paar graden van de ecliptica vandaan komen (de Maan tot ongeveer 5 graden, bijvoorbeeld). Het gebied van de hemelbol waar de Maan en de planeten zich kunnen bevinden heet de dierenriem, omdat de sterrenbeelden in dat deel van de hemel meestal dieren zijn.

Het is natuurlijk moeilijk om te zien waar de Zon is tussen de sterren omdat je meestal geen enkele ster kunt zien als de Zon op is. Eén manier om daar achter te komen is door te wachten op een totale zonsverduistering, want dan kun je sterren in de buurt van de Zon zien. Een andere manier is om te kijken welke sterren in hun hoogste punt halen (vanuit Europa gezien in het zuiden) precies twaalf uur nadat de Zon daar was (dus om middernacht lokale zonnetijd - niet middernacht op de klok): dan moet de Zon precies aan de andere kant van de ecliptica zijn.

De sterrenkundige sterrenbeelden van de dierenriem zijn niet hetzelfde als de astrologische tekens van de dierenriem met dezelfde naam. De tekens van de dierenriem werden ongeveer 2500 jaar geleden vastgelegd door de Babyloniërs. Ze verdeelden de dierenriem in twaalf gelijke delen en gaven elk deel de naam van het sterrenbeeld waar dat teken toen op lag. Elk teken van de dierenriem was verbonden met het deel van het jaar waarin de Zon in het bijbehorende sterrenbeeld stond. Sinds die tijd zijn er twee dingen gebeurd die astronomische sterrenbeelden en astrologische tekens uit elkaar hebben laten lopen:

  1. de astronomische sterrenbeelden en hun grenzen zijn officieel vastgelegd door de Internationale Astronomische Unie in 1930 en komen niet altijd overeen met de sterrenbeelden die de Babyloniërs gebruikten. De huidige verdeling van de sterrenhemel in 88 sterrenbeelden houdt geen rekening met de ecliptica (dierenriem). De sterrenbeelden waar de ecliptica doorheen gaat bevatten niet allemaal een even groot deel van de ecliptica. De ecliptica gaat zelfs door dertien in plaats van twaalf sterrenbeelden en nog eens drie meer sterrenbeelden liggen minder dan 5 graden van de ecliptica vandaan (en de Maan en sommige planeten kunnen dus ook door die sterrenbeelden gaan).
  2. Astronomen verbinden de sterrenbeelden met de sterren, maar astrologen verbinden de tekens van de dierenriem met de seizoenen, en de sterren en seizoenen lopen niet precies in de pas. De Zon gaat bijvoorbeeld het teken van de Ram binnen zodra de Zon het lentepunt passeert, dus aan het begin van de lente van het noordelijke halfrond, en elk volgend teken begint ongeveer een maand later. In de tijd van de Babyloniërs was de Zon in hun sterrenbeeld van de Ram in de periode die overeen komt met het teken van de Ram, maar vanwege de precessie verschuift het lentepunt een graad ten opzichte van de sterren (en dus van de sterrenbeelden) per ongeveer 71,6 jaren. Het lentepunt, en dus ook alle tekens van de dierenriem, zijn sinds de tijd van de Babyloniërs ongeveer 35 graden (dus net iets meer dan één teken) ten opzichte van de sterrenbeelden verschoven. Aan het begin van de lente in het noordelijke halfrond, wanneer de Zon het teken van de Ram binnen gaat, is de Zon dus 35 graden verwijderd van wat de Babyloniërs het begin van het sterrenbeeld van de Ram vonden.

Als de Zon dus in een bepaald astrologisch teken van de dierenriem is, dan is de Zon tegenwoordig in het algemeen dus niet in het astronomische sterrenbeeld van dezelfde naam. De tekens van de dierenriem hebben niet met de sterren te maken maar met de seizoenen.

[505]

6. Sterrenbeelden van de dierenriem

De volgende tabel geeft enige informatie over de sterrenbeelden waar de ecliptica doorheen gaat of dicht bij komt. De astronomische informatie komt van [1] en van eigen berekeningen, en de astrologische informatie van [2]. Pas op: er zijn twaalf tekens van de dierenriem, maar de ecliptica gaat door dertien sterrenbeelden. De kolommen geven de volgende informatie:

  1. naam = de latijnse naam van het sterrenbeeld of teken
  2. graden = de grootte van het stuk van de ecliptica (van J2000.0) in dat sterrenbeeld, gemeten in graden. De astrologische tekens beslaan elk precies 30 graden, maar er is geen teken van de Slangendrager (Ophiuchus).
  3. dagen = hoeveel dagen de Zon in dat sterrenbeeld doorbrengt. De Zon is ongeveer 30 dagen in elk teken van de dierenriem.
  4. in = de dag (bij benadering) waarop de Zon dat sterrenbeeld binnen gaat, in de Gregoriaanse kalender. Van jaar tot jaar kan het een dagje eerder of later zijn dan de vermelde datum, en bovendien schuiven die data ongeveer een dag per 71 jaar terug vanwege de precessie.
  5. astrol = de eerste dag (bij benadering, in de Gregoriaanse kalender) van het astrologische teken. Deze kunnen ook van jaar tot jaar een dagje eerder of later zijn, maar verschuiven niet met de precessie. Als jouw webverkenner ze kan laten zien, dan staat voor elk teken van de dierenriem het symbool dat daar bij hoort achter de datum. Let op: er is geen astrologisch teken Ophiuchus.
  6. lentepunt = het eerste jaar (bij benadering) van de periode waarin het lentepunt in het sterrenbeeld is.

De tabel bevat ook de data van de zonnewendes en nachteveningen (het begin van de seizoenen). Deze kunnen ook van jaar tot jaar een dagje eerder of later zijn, maar zijn (in de Gregoriaanse kalender) niet gevoelig voor de precessie.

Tabel 7: Sterrenbeelden van de Ecliptica

naam gr dagen in astrol lentepunt
Aries 24,7303 25 18 Apr 21 Mrt −1864
Taurus 36,7229 37 14 Mei 20 Apr −4538
Orion (1) 18-20 Jun
Gemini 27,8479 28 21 Jun 21 Mei
zonnewende 21 Jun
Cancer 20,0504 20 20 Jul 22 Jun
Leo 35,8129 36 10 Aug 23 Jul
Sextans (2) 3 Sep
Virgo 43,9593 45 16 Sep 23 Aug
nachtevening 22 Sep
Libra 23,2372 23 31 Okt 23 Sep
Scorpius 6,5905 6 23 Nov 24 Okt 9876
Ophiuchus 18,5999 19 29 Nov 8598
Sagittarius 33,4184 34 17 Dec 22 Nov 6271
zonnewende 21 Dec
Capricornus 27,8315 29 19 Jan 22 Dec 4312
Aquarius 24,1625 24 16 Feb 20 Jan 2597
Pisces 37,0368 38 12 Mrt 19 Feb −67
nachtevening 20 Mrt
Cetus (3) 27 Mrt

Opmerkingen:

(1) De Zon komt tot op 2 graden van Orion in deze periode.

(2) De Zon komt tot op 2 graden van Sextans op deze dag.

(3) De Zon komt tot minder dan 0,5 graden van Cetus op deze dag: een deel van de Zon gaat door Cetus op deze dag

[507]

6.1. Hoeveel sterrenbeelden in de dierenriem?

De dierenriem (zodiac) is het deel van de sterrenhemel waar de Zon, Maan en planeten doorheen bewegen. Ik heb voor een miljoen dagen (ongeveer 2739 jaar) met het jaar 2000 in het midden uitgerekend in welk sterrenbeeld de Zon, Maan en planeten dan staan, gezien vanuit het midden van de Aarde (als de Aarde van glas was). In de rij met titel '#' staat in hoeveel sterrenbeelden ik het hemellichaam gedurende die periode aantrof. De andere getallen in de tabel geven aan hoeveel dagen het hemellichaam gemiddeld per 1000 dagen in dat sterrenbeeld was. Bijvoorbeeld, de Zon stond in 13 sterrenbeelden, en gemiddeld 67 uit elke 1000 dagen in het sterrenbeeld Waterman (Aquarius = Aqr).

Tabel 8: Planeten in sterrenbeelden

Zon Mercurius Venus Mars Jupiter Saturnus Uranus Neptunus Pluto Maan
#   
13 16 23 14 15 15 14 15 17 18
Aqr 67 76 76 63 70 86 81 76 89 79
Ari 70 56 66 61 58 49 73 59 58
Aur 0,03 4
Boo 5
Cnc 57 54 58 66 57 50 51 53 50 57
CMi 0,01
Cap 75 75 69 63 73 83 84 78 64 63
Cet 10 7 8 8 19 4 10 227 18
Com 21
Crv 1 0,008
Crt 0,6
Eri 1
Gem 80 67 76 86 77 70 73 74 77 68
Hya 0,3
Leo 101 93 95 120 106 93 89 95 79 89
Lib 63 69 63 66 75 75 65 73 18 64
Oph 50 54 48 46 54 58 51 54 31 45
Ori 6 5 0,2 6 7 79 8
Peg 0,1
Psc 103 92 99 76 84 81 104 95 99
Sgr 90 100 90 80 93 103 97 96 67 93
Sco 18 23 21 21 15 16 16 15 4 25
Sct 0,1
Ser 19
Sex 6 5 10
Tau 105 89 101 103 98 87 102 92 113 97
Vir 122 129 120 141 134 125 111 123 56 122

De hoeveelheid tijd die elke planeet in een bepaald sterrenbeeld doorbrengt is niet hetzelfde voor alle planeten, omdat de banen van de planeten verschillende inclinaties hebben (verschillend gekanteld zijn) en omdat de banen geen cirkels zijn (zodat de planeet bepaalde stukken sneller dan gemiddeld aflegt, en andere langzamer dan gemiddeld).

We zien dat Venus in 23 verschillende sterrenbeelden kan staan, de Maan in 18, en de andere planeten in ten minste 14. Pluto (een dwergplaneet) kan in een paar sterrenbeelden staan waar geen van de reguliere planeten in kan staan, vanwege de grote inclinatie van de baan van Pluto.

Als we de dierenriem definiëren als de verzameling van sterrenbeelden waar de Zon, Maan en reguliere planeten (dus niet Pluto) doorheen bewegen, dan bevat die dierenriem tenminste 23 sterrenbeelden. Tenminste, want misschien vind je er nog wel eentje meer als je berekeningen doet voor meer dan één tijdstip per dag − maar zo'n extra sterrenbeeld zal maar een heel zelden doorkruist worden, net als Pegasus (Peg).

Van alle sterrenbeelden is de Maagd (Virgo) degene waarin elke reguliere planeet (geen dwergplaneet) het meeste tijd doorbrengt (tussen 11% en 14%).

De planeet Venus brengt in een paar sterrenbeelden heel weinig tijd door. In de Voerman (Auriga) was Venus op 22 en 23 april 781. In de Kleine Hond (Canis Minor) zal Venus zijn op een paar dagen in augustus van de jaren 2557, 2792, 3035, 3270 en 3278. Venus komt af en toe in Pegasus; de laatste keer was dat in maart 1806, en de volgende keren zullen zijn in maart 2025, 2033 en 2041. In het Schild (Scutum) zal Venus staan in januari 2014 en daarna weer in januari/februari 2492. Venus staat tussen 1983 en 2015 elke 8 jaar in augustus/september een paar dagen in de Waterslang (Hydra). Venus komt af en toe in de Beker (Crater). De laatste keer was in augustus/september 1911 en de eerstvolgende keer is in oktober 2106. Venus komt af en toe in de Raaf (Corvus). De laatste keer was in september 1871. De eerstvolgende keer is in oktober 2058.

De Maan staat heel weinig in sterrenbeeld de Raaf (Corvus): alleen op telkens één dag in de jaren 782, 819, 1545, 1805, 1898, 1935 en 1991.

[506]

6.2. Sterrenbeeld en teken vergeleken

Stel je een touw voor met beide einden aan elkaar geknoopt. Er zijn 12 knopen in het touw, op vaste afstanden van elkaar. Eén van die knopen is extra groot en stelt het lentepunt voor. Elk van de stukken touw tussen een knoop en de volgende knoop stelt een astrologisch teken van de dierenriem voor.

Leg nu het touw op een stuk grond met kleine steentjes erop, zodat het touw een cirkel vormt. De kleine steentjes stellen de sterren voor, en interessante groepen van steentjes vormen sterrenbeelden. De cirkel die het touw tussen de steentjes maakt stelt de ecliptica (of dierenriem) voor. Ongeveer 2500 jaar geleden definieerden mensen de tekens en gaven ze de naam van sterrenbeelden waar ze dicht bij lagen. Het eerste teken van de dierenriem heet de Ram, omdat dat stuk van de ecliptica (touw) toen door of dicht langs het sterrenbeeld (groep van steentjes) ging dat de Ram heette. Het 11de teken heet Waterman, omdat dat deel van de ecliptica door of dicht langs het sterrenbeeld Waterman ging.

Na verloop van tijd zorgt de precessie ervoor dat de ecliptica (touwcirkel) verdraait zodat het nog steeds dezelfde cirkel maakt tussen de sterren (steentjes) maar met het lentepunt (grote knoop) op een andere plek dan eerst, net zoals een ventiel beweegt ten opzichte van de naaf van een wiel als je het wiel draait: het wiel is nog steeds op dezelfde plek ten opzichte van de naaf, maar nu is het ventiel op een andere plek.

In de afgelopen 2500 jaar is het lentepunt over ongeveer 35 graden verschoven, vergeleken met de sterren. Alle tekens van de dierenriem (stukken touw tussen twee knopen) zijn op een vaste afstand van het lentepunt (de grote knoop), dus als het lentepunt over 35 graden verschuift ten opzichte van de sterren (steentjes), dan zijn alle tekens ook 35 graden verschoven.

Nu is het teken (stuk touw) dat Waterman heet niet meer dicht bij het sterrenbeeld (groep steentjes) dat Waterman heet. Het lentepunt (grote knoop) is nu dichter bij het sterrenbeeld (groep steentjes) Waterman dan voorheen, maar het lentepunt is nog steeds even ver van het teken (stuk touw) van de Waterman, omdat het lentepunt en het teken even ver verschoven zijn.

6.3. Verandering van de ecliptica

De precessie laat niet alleen het lentepunt ongeveer parallel aan de ecliptica verschuiven, maar kantelt ook de ecliptica een beetje. Dit betekent dat een ster die vandaag precies op de ecliptica ligt daar morgen misschien niet meer precies op ligt omdat de ecliptica een beetje van die plek weg is gekanteld. Hiermee verandert ook de lengte van het stuk van de ecliptica dat in elk sterrenbeeld ligt. De volgende tabel toont de lengtes van de eclipticastukken in de sterrenbeelden voor 1 januari in stappen van 1000 jaar tussen de jaren 0 en +3000, gemeten in graden (door mij berekend, gebaseerd op [Meeus]). Ik denk dat de onzekerheid in deze getallen ongeveer een eenheid in de laatste decimaal is.

0 1000 2000 3000
Ari 24,7381 24,7331 24,7303 24,7294
Tau 36,6683 36,6950 36,7229 36,7517
Gem 27,7997 27,8246 27,8479 27,8697
Cnc 20,0398 20,0460 20,0504 20,0532
Leo 35,8562 35,8351 35,8124 35,7881
Vir 44,0287 43,9928 43,9593 43,9284
Lib 22,1562 22,6811 23,2372 23,8215
Sco 7,6575 7,1385 6,5905 6,0162
Oph 18,5672 18,5834 18,5999 18,6167
Sgr 33,3605 33,3904 33,4184 33,4447
Cap 27,8274 27,8306 27,8315 27,8301
Aqr 24,2995 24,2161 24,1625 24,1387
Psc 37,0007 37,0333 37,0368 37,0116

Het deel van de ecliptica in de sterrenbeelden Ari (Ram), Leo (Leeuw), Vir (Maagd), Sco (Schorpioen) en Aqr (Waterman) wordt in deze periode kleiner. Het deel in de sterrenbeelden Tau (Stier), Gem (Tweelingen), Cnc (Krab), Lib (Weegschaal), Oph (Slangendrager) en Sgr (Boogschutter) wordt groter. Het deel in sterrenbeeld Cap (Steenbok) nam toe tot een grootste lengte gelijk aan 27,831492° in het jaar 1893 en neemt sindsdien weer af.

7. Het tijdperk van de Waterman

Het New-Age-idee van het Tijdperk van de Waterman (de "Age of Aquarius") en van de andere tekens van de dierenriem is verbonden met de beweging van het lentepunt door de aanverwante sterrenbeelden. Als je de sterrenkundige sterrenbeelden gebruikt, dan zijn hun grenzen heel precies bepaald en kun je de periode wanneer het lentepunt in een bepaald sterrenbeeld is redelijk nauwkeurige bepalen. In dit geval zijn we nu in het Tijdperk van de Vissen die begon rond het jaar −67 en die zal duren tot ongeveer het jaar 2597, wanneer we het Tijdperk van de Waterman binnen gaan (dus dan gaat het lentepunt het sterrenbeeld van de Waterman in). De details van de grenzen van de sterrenbeelden zijn nogal willekeurig (maar wel heel precies), en sterrenkundigen hechten geen speciaal belang aan het sterrenbeeld waar het lentepunt toevallig is in een bepaald jaar.

Als je dierenriemsterrenbeelden wilt hebben van gelijke lengte (net zoals de tekens van de dierenriem allemaal gelijke lengte hebben), dan is elk tijdperk even lang (ongeveer 2148 jaar), maar dan is het niet duidelijk waar elk sterrenbeeld begint, en dus ook niet wanneer elk tijdperk begint. Verschillende bronnen geven verschillende beginjaren voor hetzelfde tijdperk: ik heb beweringen gelezen dat het Tijdperk van de Waterman vroeg in de 19e eeuw begonnen zou zijn ([2]) of rond het jaar 2570 zal beginnen (afgeleid van een Tijdperk van de Stier gesteld tussen −3880 en −1730 [3]).

Een correspondent meldt dat er een religieuze organisatie bestaat die stelt dat het Tijdperk van de Waterman begon in 1948. Dat is alleen mogelijk als er bij hun versie van de Waterman andere grenzen horen dan de grenzen die de IAU voor dat sterrenbeeld vaststelde.

In wetenschappelijke proeven is gebleken dat astrologische voorspellingen die louter op de stand van de sterrenhemel gebaseerd zijn gemiddeld niet beter werken voor de mensen waarvoor ze gemaakt zijn dan voor andere mensen. Wetenschappers hechten daarom geen belang aan de tekens van de dierenriem of aan de New-Age tijdperken.

8. Bibliografie

9. Precessie

De rotatie van de Aarde rond zijn as, die de afwisseling van dag en nacht veroorzakkt, is te vergelijken met de draaiing van een tol. De draaias van een draaiende tol draait zelf rond de verticale richting, en op ongeveer dezelfde manier verandert ook de stand van de draaias van de Aarde, maar alleen heel erg langzaam. De bovenkant van een draaiende tol trekt kleine cirkels in de lucht als de draaias van richting verandert, en de draaias van de Aarde trekt een pad aan de hemel dat ook bijna een cirkel is. Het duurt ongeveer 26.000 jaar voordat de draaias zo'n cirkel heeft afgemaakt.

Vanwege de verandering in de stand van de draaias verandert ook het lentepunt, waar de Zon tussen de sterren is aan het begin van de lente op het noordelijke halfrond. Dit effect heet de precessie, en het verandert het verband tussen de sterren en de seizoenen, en welke sterren je kunt zien in welk seizoen, en hoe laat ze opkomen en ondergaan.

De meest gebruikte coördinaatsystemen aan de hemel (om de plaatsen van sterren en planeten en zo te bepalen) zijn verbonden met het lentepunt, dus zelfs als een bepaald hemellichaam zelf niet beweegt zullen zijn coördinaten in die coördinaatsystemen toch langzaam veranderen. Dat betekent dat het belangrijk is om te vermelden voor welk jaar het gebruikte coördinaatsysteem geldig was. Deze tijd heet de equinox, bijvoorbeeld "de equinox van 2000.0".

De officiële grenzen van de sterrenbeelden zijn gedefinieerd voor een bepaalde vaste equinox, ik geloof die van 1875. Als je wilt weten in welk sterrenbeeld een bepaald punt aan de hemel valt, dan moet je de coördinaten van dat punt eerst vertalen naar de equinox van 1875 (dus naar het coördinaatsysteem dat in 1875 geldig was). Dat betekent dat de precessie geen reden kan zijn voor een ster om van één sterrenbeeld naar een ander sterrenbeeld te bewegen.

[527]

10. Sterren naar een ander sterrenbeeld

Sterren kunnen wel van één sterrenbeeld naar een andere sterrenbeeld bewegen door hun eigenbeweging: hun beweging door hun snelheid in de ruimte, ten opzichte van andere sterren. De eigenbeweging van de helderste sterren wordt meestal gemeten in milliboogseconden per jaar, en de afmeting van een typisch sterrenbeeld wordt gemeten in tientallen graden, dus duurt het voor een typische heldere ster een paar miljoen jaar voor hij een heel sterrenbeeld overgestoken is.

De grenzen van de sterrenbeelden zijn meestal zo getrokken dat de helderste sterren (met een Bayer- of Flamsteednaam, zoals α Andromedae of 82 Ursae Maioris) er niet erg dichtbij liggen, dus voor de meeste heldere sterren zal het heel lang duren voor ze naar een ander sterrenbeeld verhuizen.

Om er een idee van te krijgen hoe vaak er een ster over een grens tussen sterrenbeelden beweegt heb ik voor alle sterren uit de Hipparcos-catalogus uitgerekend in welk sterrenbeeld ze zijn tussen de jaren 1000 en 3000, en bijgehouden welke sterren in welke jaren van sterrenbeeld wisselden. De Hipparcos-catalogus bevat gegevens over de positie en beweging van ruim 100.000 sterren. De catalogus wordt geacht alle sterren tot magnitude 7,3 te bevatten, en een steeds kleiner deel van steeds zwakkere sterren.

Ik vond dat in die periode van 2000 jaar er 218 sterren uit de Hipparcos-catalogus over een sterrenbeeldgrens bewegen, dus gemiddeld ongeveer één per 10 jaar. Dit aantal hangt sterk af van hoeveel sterren de catalogus bevat. Van de sterrenbeeldwisselaars (tussen de jaren 1000 en 3000) zijn er 3 helderder dan magnitude 4, 15 helderder dan magnitude 6, en 32 helderder dan magnitude 7.

De volgende tabel toont de sterrenbeeldwisselingen tussen de jaren 1850 en 2150. Δ geeft een schatting voor de onzekerheid in het jaartal (gemeten in jaren), die volgt uit de onzekerheid in de positie en eigenbeweging van de sterren. "HIP" en "HD" geven de nummers van de sterren in de Hipparcos-catalogus en in de catalogus van Henry Draper. V is de visuele magnitude. Daarna volgen de latijnse afkortingen van het sterrenbeeld waarin de ster voor en na de wisseling is, en nog de Bayer-naam en/of eigennaam van de ster (niet alle sterren hebben zulke namen).

Omdat de grenzen van de sterrenbeelden zijn gedefinieerd in het equatoriale coördinatensysteem van B1875.0 hangt de datum waarop een ster van sterrenbeeld wisselt ook af van de vertaling naar B1875.0, wat weer afhangt van het model dat gebruikt wordt voor de precessie. Met een ander precessiemodel zul je andere resultaten vinden. Ik gebruikte het precessiemodel zoals gegeven door [Meeus], en B1875.0 = JD 2405889.25855.

Tabel 9: Sterren verhuizen naar andere sterrenbeelden

jaar Δ HIP HD V
1867.2 0.4 25428 35497 1.65 Aur
Tau β Tau = γ Aur = Elnath
1886.1 4.6 77374 140993 9.03 Sco
Lib
1887.0 0.4 109262 0 10.52 Ind
Gru
1891.4 1.1 53618 95091 7.86 Ant
Hya
1896.4 0.3 67505 0 9.88 Aps
Mus
1897.2 1.0 83053 152493 6.53 Ara
TrA
1898.3 5.2 40087 68201 8.58 Hya
Mon
1903.5 4.1 69916 125011 7.57 Cen
Lup
1906.5 1.9 15202 237097 9.04 Cas
Cam
1923.2 0.9 15323 20367 6.40 Per
Ari
1958.3 0.1 77466 0 9.18 Her
Boo
1991.2 0.0 9842 12907 7.74 Cet
Psc
1994.3 0.0 99742 192425 4.94 Aql
Del ρ Aql
2005.9 0.1 108391 0 10.77 Cyg
Lac
2017.1 0.3 7766 10359 10.18 Eri
Phe
2021.2 1.3 106360 204320 7.83 Pav
Ind
2023.6 0.2 63230 112440 7.38 Cen
Cru
2042.0 1.3 74249 134694 8.48 Ser
Boo
2059.7 1.1 38791 64250 7.72 Cam
Lyn
2082.0 0.1 102040 197076 6.43 Del
Vul
2092.7 0.8 108510 208754 9.96 Cap
Aqr
2106.3 4.9 47516 83874 8.29 Sex
Hya
2111.4 0.0 114046 217987 7.35 PsA
Scl
2115.2 1.2 9838 12908 9.91 Psc
Cet

Volgens deze berekeningen is de ster Elnath pas sinds 1867 in het sterrenbeeld de Stier. Tegenwoordig staat die ster bekend als β Tau, maar vroeger werd hij ook wel γ Aur genoemd. Ook is in 1994 de ster ρ Aql verhuisd van de Arend (Aql) naar de Dolfijn (Del). Andere heldere sterren die tussen de jaren 1000 en 3000 van sterrenbeeld wisselen zijn: τ₁ Eri (kwam in 1184 uit Cet), 58 Oph (kwam rond 1364 uit Sgr), 18 Sco (kwam in 1609 uit Oph), α Cen B (kwam rond 1763 uit Cir), α Cen A (kwam rond 1771 uit Cir), γ₁ Cae (zal rond 2397 naar Col gaan), γ₂ Cae (rond 2620 naar Col), ε Ind (rond 2642 naar Tuc), ε Scl (rond 2942 naar For).



[AA]

[vorige][volgende]


talen: [en] [nl]

//aa.quae.nl/nl/antwoorden/sterrenbeelden.html;
Laatst vernieuwd: 2017-04-24