De positie van de Zon aan de hemel gezien vanaf een planeet (zoals de Aarde) wordt bepaald door vier dingen:
Hieronder geef ik formules die met al deze dingen rekening houden, gebaseerd op de draaiassen van de planeten zoals gedefinieerd door de IAU in "Report of the IAU/IAG Working Group on Cartographic Coordinates and Rotational Elements of the Planets and Satellites: 2000" door P.K. Seidelmann et al. Om de formules simpel te houden heb ik hier en daar kleine effecten verwaarloosd. Onthoud dat je bij elke hoek veelvouden van 360 graden kan optellen zonder zijn richting te veranderen.
Als hieronder een ecliptica of pool of coördinaten zoals eclipticale lengte of declinatie genoemd worden, dan zijn die dingen van toepassing voor de planeet waar de waarnemer is. Zulke coördinaten zijn gebaseerd op de baan of evenaar van die planeet en zijn dus niet identiek met de coördinaten van dezelfde naam die we op Aarde gebruiken. Zo is bijvoorbeeld de ecliptica van Mars, de ecliptica die op Mars van toepassing is, niet gelijk aan de ecliptica van de Aarde, en met een rechte klimming en declinatie uitgerekend voor de Zon gezien vanaf Mars kun je niet terecht in een aardse sterrenatlas.
Als voorbeeld zullen we de positie van de Zon uitrekenen voor 1 april 2004 om 12:00 UTC, gezien vanaf 52° noorderbreedte en 5° oosterlengte (Nederland) op Aarde, en gezien vanaf 14°36' zuiderbreedte en 184°36' westerlengte (krater Gusev) op Mars.
Voor dit soort astronomische berekeningen is het handig om de datum en
tijd te meten aan de hand van een doorlopende dagnummering. Zo'n
dagnummering wordt geleverd door de Juliaanse Datum J.
Hoe je die kunt uitrekenen voor een datum in de Gregoriaanse kalender
staat beschreven op de Juliaanse Datumrekenpagina.
Voor de berekeningen van de zonnepositie moet je de tijd meten in
Universele Tijd (UTC), en dus ook de Juliaanse Datum uitdrukken in
UTC, zodat bijvoorbeeld JD 2453144,5 overeenkomt met 0 uur UTC op 19
mei 2004, wat gelijk is aan 1 uur MET of 2 uur MEZT op 19 mei 2004.
Alleen voor de Aarde geldt dat de seizoenen zich telkens na
ongeveer een kalenderjaar (in de westerse - Gregoriaanse - kalender)
herhalen, dus kan alleen voor de Aarde ook het dagnummer
d in het kalenderjaar gebruikt worden in plaats van de
Juliaanse Datum: d = 1 komt dan overeen met 0:00 UTC op
1 januari, 2 met 0:00 UTC op 2 januari, 32 met 0:00 UTC op 1 februari,
en zo verder.
Omdat we de Zon vanaf de planeet bekijken zien we de beweging van de planeet rond de Zon gespiegeld in de schijnbare beweging van de Zon langs de ecliptica, ten opzichte van de sterren.
Als de planeetbaan een perfecte cirkel was, dan zou de planeet gezien
vanaf de Zon met een vaste snelheid langs zijn baan bewegen, en dan
zou het simpel zijn om de positie van de planeet uit te rekenen (en
dus ook de positie van de Zon gezien vanaf de planeet). De positie
ten opzichte van het perihelium die de planeet zou hebben als de
planeetbaan een cirkel was heet de middelbare anomalie, hieronder
weergegeven door het symbool M.
Op de volgende manier kun je de middelbare anomalie van de planeten
(gemeten in graden) redelijk goed schatten voor een datum gegeven als
een Juliaanse Dagnummer (JD) J:
(Vgl. 1)
M = M₀ + M₁*(J − J2000)
(Vgl. 2)
J2000 = 2451545
Hierbij dien je M₀ (in graden) en M₁
(in graden per dag) uit de volgende tabel te halen:
M₀ | M₁ | |
|---|---|---|
| Mercurius | 174,7948 | 4,09233445 |
| Venus | 50,4161 | 1,60213034 |
| Aarde | 357,5291 | 0,98560028 |
| Mars | 19,3730 | 0,52402068 |
| Jupiter | 20,0202 | 0,08308529 |
| Saturnus | 317,0207 | 0,03344414 |
| Uranus | 141,0498 | 0,01172834 |
| Neptunus | 256,2250 | 0,00598103 |
| Pluto | 14,882 | 0,00396 |
Voor de Aarde kun je ook de volgende formule gebruiken:
(Vgl. 3) M = −3.59° + 0.98560° d
waar d de tijd sinds 00:00 UTC aan het begin van de
meest recente 1 januari is, gemeten in (hele en gebroken) dagen.
De genoemde datum en tijd komt overeen met Juliaanse Datum 2453097,
dus met J = 2453097, en ook met d =
92,5. Voor de Aarde vinden we dan met formule 1
Maarde = 1887,1807° = 87,1807° en met formule 3 Maarde = 87,58°. Omdat formule 1
iets nauwkeuriger is dan formule 3 zullen we verder de
waarde uit formule 1 gebruiken. Voor Mars vinden we
Mmars = 832,6531° = 112,6531°.
De banen van de planeten zijn geen perfecte cirkels, maar ellipsen, en daarom verandert de snelheid van de planeet in zijn baan, en daarmee ook de schijnbare snelheid van de Zon langs de ecliptica door het planeetjaar heen.
De ware anomalie (symbool ν, nu) is de hoekafstand
van de planeet tot het perihelium van de planeet, gezien vanaf de Zon.
Voor een cirkelbaan zijn de middelbare anomalie en de ware anomalie
het zelfde. Het verschil tussen de ware anomalie en de middelbare
anomalie noemen we hier de excentriciteitsvereffening, hier genoteerd
als C:
(Vgl. 4) ν = M + C
Om de excentriciteitsvereffening of de ware anomalie uit te rekenen uit de middelbare anomalie moet je de Vergelijking van Kepler oplossen. Deze vergelijking kan in het algemeen niet opgelost worden, maar wel kun je benaderingen voor de oplossing vinden die telkens nauwkeuriger zijn. Zie de Rekenpagina voor de Vergelijking van Kepler voor meer informatie. Als de baan veel meer op een cirkel dan op een parabool lijkt, dan is de volgende benadering voldoende nauwkeurig:
(Vgl. 5) C ≈ C₁ sin M + C₂ sin(2 M) + C₃ sin(3 M) + C₄
sin(4 M) + C₅ sin(5 M) + C₆ sin(6 M)
Je kunt de coëfficiënten C₁ tot en met
C₆ uit de volgende tabel aflezen. Ze hangen af van de
excentriciteit e van de planeetbaan. Als een bepaalde
coëfficiënt er niet bij staat dan is hij gelijk aan 0 (tot vier
cijfers achter de komma). Mercurius en Pluto hebben banen die het
meest van een cirkel afwijken, en hebben daarom de meeste
coëfficiënten nodig. De kolom EC toont de maximale
fout die je maakt als je de benadering met de coëfficiënten uit de
tabel gebruikt.
C₁ | C₂ | C₃ | C₄ | C₅ | C₆ | EC | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Mercurius | 23,4400 | 2,9818 | 0,5255 | 0,1058 | 0,0241 | 0,0055 | 0,0026 |
| Venus | 0,7758 | 0,0033 | 0,0000 | ||||
| Aarde | 1,9148 | 0,0200 | 0,0003 | 0,0000 | |||
| Mars | 10,6912 | 0,6228 | 0,0503 | 0,0046 | 0,0005 | 0,0001 | |
| Jupiter | 5,5549 | 0,1683 | 0,0071 | 0,0003 | 0,0001 | ||
| Saturnus | 6,3585 | 0,2204 | 0,0106 | 0,0006 | 0,0001 | ||
| Uranus | 5,3042 | 0,1534 | 0,0062 | 0,0003 | 0,0001 | ||
| Neptunus | 1,0302 | 0,0058 | 0,0001 | ||||
| Pluto | 28,3150 | 4,3408 | 0,9214 | 0,2235 | 0,0627 | 0,0174 | 0,0096 |
Voor de Aarde vinden we Caarde = 1,9148° * sin(87,1807°) +
0,0200° * sin(2*87,1807°) + 0,0003° * sin(3*87,1807°) =
1,9142° en daaruit νaarde = 89,0949° . Voor
Mars vinden we Cmars = 10,6912° * sin(112,6531°) + 0,6228° *
sin(2*112,6531°) + 0,0503° * sin(3 * 112,6531°) + 0,0046° * sin(4 *
112,6531°) + 0,0005° * sin(5 * 112,6531°) = 9,4092° en
νmars = 122,0623°.
Om de positie van de Zon aan de hemel af te kunnen leiden moeten we
weten wat de eclipticale lengtegraad Π van het
perihelium van de planeet is ten opzichte van de ecliptica en het
lentepunt (de klimmende equinox) van de planeet. De ecliptica van de
planeet is het vlak van de baan van de planeet, die een hoek maakt met
de baan (ecliptica) van de Aarde (en die hoek heet de inclinatie van
de baan). Het lentepunt van de planeet is het punt waar de Zon van
zuid naar noord door het vlak van de evenaar van de planeet gaat.
Bovendien moeten we de helling ε van de evenaar van de
planeet ten opzichte van de baan van de planeet kennen. Deze twee
waarden staan voor elke planeet in de volgende tabel, gemeten in
graden.
Π | ε | |
|---|---|---|
| Mercurius | 111,5943 | 0,02 |
| Venus | 73,9519 | 2,64 |
| Aarde | 102,9372 | 23,45 |
| Mars | 70,9812 | 25,19 |
| Jupiter | 237,2074 | 3,12 |
| Saturnus | 99,4571 | 26,74 |
| Uranus | 5,4639 | 82,22 |
| Neptunus | 182,1957 | 27,84 |
| Pluto | 4,5433 | 57,46 |
De eclipticale lengte λ (lambda) is de positie langs de
ecliptica, ten opzichte van het lentepunt (dus de sterren). De
middelbare lengte L is de eclipticale lengte die de
planeet zou hebben als de baan een perfecte cirkelbaan was. De
eclipticale lengte van de planeet, gezien vanaf de Zon, is gelijk aan
(Vgl. 6) λ = ν + Π = M + Π + C = L + C
Als je van de planeet naar de Zon kijkt dan kijk je precies de andere kant op als wanneer je van de Zon naar de planeet kijkt, dus liggen die richtingen 180° uit elkaar. De eclipticale lengte van de Zon, gezien vanaf de planeet, is dus gelijk aan
(Vgl. 7) λzon = ν + Π + 180° = M + Π + C + 180°
De waarde van λzon bepaalt wanneer de
(astronomische) seizoenen beginnen: als λzon = 0°,
dan begint de lente in het noordelijke halfrond, en de herfst in het
zuidelijke halfrond. Elk volgende veelvoud van 90° brengt het begin
van het volgende seizoen.
De eclipticale breedte βzon (beta) van de Zon, de
loodrechte afstand van de Zon tot de ecliptica, is altijd zo klein dat
we hem hier verwaarlozen. Hiermee hebben we nu de eclipticale
coördinaten van de Zon te pakken.
Gezien vanaf de Aarde vinden we λzon = 372,0321° =
12,0321°, en gezien vanaf Mars λzon = 373,0435° =
13,0435°.
Het equatoriale coördinatenstelsel aan de hemel is verbonden met de
draaias van de planeet. De equatoriale coördinaten zijn de rechte
klimming α (alfa) en de declinatie δ
(delta). De declinatie bepaalt van welke delen van de planeet het
object zichtbaar kan zijn, en de rechte klimming bepaalt (samen met
andere dingen) wanneer het object zichtbaar is.
Met deze formules kun je uit elipticale coördinaten de equatoriale coördinaten uitrekenen:
(Vgl. 8) sin α cos δ = sin λ cos ε cos β − sin
β sin ε
(Vgl. 9) cos α cos δ = cos λ cos β
(Vgl. 10) sin δ = sin β cos ε + cos β sin ε sin λ
Voor de Zon nemen we βzon = 0, dus dan is
(Vgl. 11) αzon = arctan(sin λzon cos ε, cos
λzon)
(Vgl. 12) δzon = arcsin(sin λzon sin ε)
Voor later gemak definiëren we vast
(Vgl. 13) αzon = λzon + S
Als ε voldoende dicht bij 0° of 180° is en als we
kleine termen verwaarlozen, dan is het verband tussen de rechte
klimming αzon en de eclipticale lengte
λzon van de Zon gezien vanaf de planeet ongeveer
gegeven door
(Vgl. 14) arctan(tan(λ) cos(ε)) = λ − ((¼) ε² +
(1⁄24) ε⁴ + (17⁄2880) ε⁶) sin(2 λ) + ((1⁄32) ε⁴ + (1⁄96) ε⁶) sin(4
λ) − (1⁄192) ε⁶ sin(6 λ) + O(ε⁸).
(Vgl. 15) αzon = λzon + S ≈ λzon + A₂
sin(2 λzon) + A₄ sin(4 λzon) + A₆ sin(6 λzon)
en het verband tussen de declinatie δzon en de
eclipticale lengte ongeveer
(Vgl. 16) arcsin(sin(λ) sin(ε)) = (ε − (1⁄6) ε³ + (1⁄120) ε⁵) sin(λ)
+ ((1⁄6) ε³ − (1⁄12) ε⁵) sin(3 λ) + (3⁄40) ε⁵ sin(5 λ) + O(ε⁷)
(Vgl. 17) δzon ≈ D₁ sin(λzon) + D₃
sin(λzon)³ + D₅ sin(λzon)⁵
met A₂, A₄, A₆,
D₁, D₃ en D₅ (gemeten in
graden) uit de volgende tabel. De kolommen EA en
ED geven de maximale fouten die je maakt voor
αzon en δzon met deze
benaderingen.
A₂ | A₄ | A₆ | EA | D₁ | D₃ | D₅ | ED | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Mercurius | −0,0000 | 0,0000 | 0,0000 | 0,0000 | ||||
| Venus | −0,0305 | 0,0001 | 2,6427 | 0,0009 | 0,0036 | |||
| Aarde | −2,4680 | 0,0530 | -0,0014 | 0,0003 | 22,8008 | 0,5999 | 0,0493 | 0,0003 |
| Mars | −2,8605 | 0,0712 | -0,0022 | 0,0004 | 24,3870 | 0,7331 | 0,0706 | 0,0011 |
| Jupiter | −0,0424 | 0,0001 | 3,1151 | 0,0015 | 0,0034 | |||
| Saturnus | −3,2364 | 0,0911 | -0,0031 | 0,0009 | 25,7790 | 0,8649 | 0,0951 | 0,0010 |
| Uranus | -42,5725 | 12,8039 | -2,6057 | 17,6902 | 56,9067 | -0,8355 | 26,1482 | 3,34 |
| Neptunus | −3,5195 | 0,1077 | -0,0039 | 0,0163 | 26,7577 | 0,9662 | 0,1164 | 0,060 |
| Pluto | -17,1633 | 2,4178 | -0,3035 | 0,5052 | 48,3114 | 4,7880 | 4,3582 | 0,19 |
De benaderingen voor Uranus zijn niet erg goed, omdat Uranus bijna op zijn kant ligt: Je kunt dan beter de volledige formules gebruiken.
Gezien vanaf de Aarde vinden we met behulp van formule
11: αzon = arctan(sin(12,0321°) *
cos(23,45°), cos(12,0321°)) = 11,0639°, en met behulp van
formule 12: δzon = arcsin(sin(12,0321°) *
sin(23,45°)) = 4,7585°. Gezien vanaf Mars vinden we
αzon = arctan(sin(13,0435°) * cos(25,19°),
cos(13,0435°)) = 11,8398° en δzon =
arcsin(sin(13,0435°) * sin(25,19°)) = 5,5123°.
Met behulp van formules 15 en 17
vinden we voor de Aarde αzon = 12,0321° − 2,468° * sin(2 *
12,0321°) + 0,053° * sin(4 * 12,0321°) − 0,0014° * sin(6 * 12,0321°)
= 11,0639° en δzon = 22,8008° * sin(12,0321°) +
0,5999° * sin(12,0321°)³ + 0,0493° * sin(12,0321°)⁵ =
4,7585° en voor Mars αmars = 13,0435° − 2,8605° *
sin(2 * 13,0435°) + 0,0712° * sin(4 * 13,0435°) − 0,0022° * sin(6 *
13,0435°) = 11,8397° en δmars = 24,387° *
sin(13,0435°) + 0,7331° * sin(13,0435°)³ + 0,0706° * sin(13,0435°)⁵
= 5,5124°, dus de benaderingen geven in deze gevallen
praktisch dezelfde resultaten als de volledige formules
11 en 12.
Waar een hemellichaam voor jou aan de hemel staat hangt af van je
geografische coördinaten (noorderbreedte φ [phi],
westerlengte lw), van de positie van het hemellichaam
tussen de sterren (de equatoriale coördinaten α en
δ), en van de draaihoek van de planeet op jouw locatie
ten opzichte van de sterren. Die laatste is gevat in de sterrentijd
θ (theta). De sterrentijd is de rechte klimming die op
dat moment op de hemelmeridiaan staat. De sterrentijd is gelijk aan
(Vgl. 18) θ = θ₀ + θ₁ * (J − J2000) − lw
met θ₀ en θ₁ uit de volgende tabel.
θ₀ | θ₁ | |
|---|---|---|
| Mercurius | 13,5964 | 6,1385025 |
| Venus | 215,2995 | −1,4813688 |
| Aarde | 280,1600 | 360,9856235 |
| Mars | 313,4803 | 350,89198226 |
| Jupiter | 146,0727 | 870,5366420 |
| Saturnus | 174,3479 | 810,7939024 |
| Uranus | 17,9705 | -501,1600928 |
| Neptunus | 52,3996 | 536,3128492 |
| Pluto | 56,3183 | −56,3623195 |
Voor Nederland op Aarde vinden we θaarde = 560529,8477° −
(−5°) = 14,8477° (na aftrekking van een heel aantal keer
360°). Voor Gusev op Mars vinden we θmars = 544897,8367° −
184,6° = 33,2367°.
De positie van een hemellichaam aan de hemel wordt gegeven door zijn
hoogte h boven de horizon en zijn azimut
A. De hoogte is 0° aan de horizon, +90° in het zenit
(recht boven je hoofd), en −90° in het nadir (recht onder je voeten).
Het azimut is de richting langs de horizon, die wij meten vanaf het
zuiden naar het westen. Het zuiden heeft dus azimut 0°, het westen
+90°, het noorden +180°, en het oosten +270° (of −90°, dat is
hetzelfde). De hoogte en het azimut zijn de horizontale coördinaten.
Om uit equatoriale coördinaten horizontale coördinaten te berekenen
kun je de volgende formules gebruiken:
(Vgl. 19) sin A cos h = sin H cos δ
(Vgl. 20) cos A cos h = cos H sin φ cos δ − sin δ cos φ
(Vgl. 21) sin h = sin φ sin δ + cos φ cos δ cos H
(Vgl. 22) H = θ − α
(Vgl. 23) A = arctan(sin H, cos H sin φ − tan δ cos φ)
De H is de uurhoek, die aangeeft hoe lang geleden
(gemeten in sterrentijd) het hemellichaam precies door de
hemelmeridiaan ging.
Voor Nederland op Aarde vinden we H = 3,7838° en
daarmee A = arctan(sin(3,7838°), cos(3,7838°) * sin(52°) −
tan(4,7585°) * cos(52°)) = 5,1302° en h =
arcsin(sin(52°) * sin(4,7585°) + cos(52°) * cos(4,7585°) *
cos(3,7838°)) = 42,6542°. Voor Gusev op Mars vinden we
H = 21,3969° en A = arctan(sin(21,3969°),
cos(21,3969°) * sin(−14,6°) − tan(5,5123°) * cos(−14,6°)) =
131,9648° en h = arcsin(sin(−14,6°) * sin(5,5123°) +
cos(−14,6°) * cos(5,5123°) * cos(21,3969°)) = 60,7657°. In
Nederland op 1 april 2004 om 12:00 UTC staat de Zon dus ongeveer 5°
west van zuid op 43° hoogte, en in de Gusev-krater op hetzelfde moment
staat de Zon ongeveer 3° zuid van noordwest op 61° hoogte.
De doorgang van een hemellichaam is het moment waarop het door de
hemelmeridiaan gaat. Dit wordt ook wel culminatie genoemd. De
doorgang van de Zon is het midden van de dag, op 12 uur zonnetijd. De
uurhoek H = Hdoel van de Zon is dan gelijk aan 0.
We hebben
(Vgl. 24) θ = αzon + Hdoel mod 360°
We houden Hdoel in de formule voor later gemak. Met
behulp van deze en voorgaande formules kun je de tijd van de doorgang
bepalen door een gok te maken voor een J waarvoor
vergelijking 24 klopt, daarvoor θ en
αzon uit te rekenen, en dan te kijken of die voldoen
aan vergelijking 24. Als ze niet voldoen, dan moet je
J aanpassen. Al met al is het een grote zoektocht.
Bovendien krijg je uit formule 24 geen begrip voor welke
dingen nu het belangrijkste zijn. Zulk begrip krijg je wel als je een
benaderde oplossing afleidt door alle kleinere termen te verwaarlozen.
Het antwoord is dan niet zo nauwkeurig als de goede oplossing, maar
geeft wel duidelijk aan hoe de oplossing er ongeveer uit ziet, is
meestal eenvoudiger uit te rekenen, en geeft bovendien een mooie
waarde om een zoektocht naar de echte waarde mee te beginnen.
Met vergelijkingen 7, 5, 15 en 18, en met weglating van kleinere termen vinden we
(Vgl. 25) Jdoorgang ≈ J2000 + (Hdoel + M₀ + Π + 180° −
θ₀ + lw + C₁ sin M + A₂ sin(2 Lzon))/(θ₁ − M₁) mod 360°/(θ₁ −
M₁) = J2000 + J₀ + (Hdoel + lw) * J₃/360° + J₁ sin M + J₂
sin(2 Lzon) mod J₃
waar
(Vgl. 26) Lzon = M + Π + 180°
(Vgl. 27) J₀ = (M₀ + Π + 180° − θ₀) J₃/360° mod J₃
(Vgl. 28) J₁ = C₁ J₃/360°
(Vgl. 29) J₂ = A₂ J₃/360°
(Vgl. 30) J₃ = 360°/(θ₁ − M₁)
Als je λZon al hebt, dan kun je ook die in plaats van
LZon nemen in vergelijking 25: dat is nog
weer een stukje nauwkeuriger. J₀ geeft de datum en
tijd van een middag. J₁ geeft aan hoeveel het tijdstip
van de doorgang van de Zon kan variëren vanwege de excentriciteit
e van de baan. J₂ geeft aan hoeveel het
tijdstip van de middag kan veranderen vanwege de helling
ε van de ecliptica. J₃ geeft de
gemiddelde lengte van de zonnedag (van doorgang tot doorgang van de
Zon). Alle waarden zijn gemeten in aardse dagen van 24 uur.
J₀ | J₁ | J₂ | J₃ | |
|---|---|---|---|---|
| Mercurius | 45,3495 | 11,4556 | 175,9386 | |
| Venus | 87,8650 | -0,2516 | 0,0099 | −116,7505 |
| Aarde | 0,0009 | 0,0053 | -0,0069 | 1,0000000 |
| Mars | 0,9044 | 0,0305 | -0,0082 | 1,027491 |
| Jupiter | 0,3345 | 0,0064 | 0,4135775 | |
| Saturnus | 0,0766 | 0,0078 | -0,0040 | 0,4440276 |
| Uranus | 0,1027 | -0,0106 | 0,0849 | -0,7183165 |
| Neptunus | 0,3841 | 0,0019 | -0,0066 | 0,6712575 |
| Pluto | 3,8479 | -0,5023 | 0,3045 | −6,386797 |
Om de datum en tijd van een zonnedoorgang in de buurt van Juliaanse
Datum J te vinden ga je nu als volgt te werk:
(Vgl. 31) n(*) = (J − J2000 − J₀)/J₃ − (Hdoel + lw)/360°
en neem dan voor n het hele getal dat het dichtste bij
n(*) ligt.
(Vgl. 32) J(*) = J2000 + J₀ + (Hdoel +
lw) * J₃/360° + J₃ * n
Deze J(*) is dan een redelijke schatting voor de datum
en tijd van de doorgang in de buurt van J, behalve dat
de J₁ en J₂-correcties er nog niet bij
zitten.
J(*) wat M en
Lzon zijn en dan de verbeterde schatting voor de
datum en tijd van de doorgang uit
(Vgl. 33) Jdoorgang ≈ J(*) + J₁ sin M + J₂ sin(2 Lzon)
H voor Jdoorgang en neem dan
Jdoorgang + (Hdoel − H)/360° * J₃ als verbeterde
benadering voor Jdoorgang. Je kunt dit herhalen tot
Jdoorgang niet meer verandert.Jdoorgang is een Juliaans Dagnummer, dat dagen telt
en gelijk is aan een heel nummer om 12:00 UTC. Dus een Juliaans
Dagnummer zoals 2453096,9898 dat eindigt met ,9898 is ,0102 voor het
volgende hele getal, dus 0,0102 dagen = 0,0102*24 = 0,245 uur =
0,0102*24*60 = ongeveer 15 minuten voor 12:00 UTC, dus ongeveer 11:45
UTC.Voor ons voorbeeld keken we in de buurt van J =
2453097. Welke zonnedoorgang in Nederland en in de
Gusev-krater liggen daar het dichtste bij? Voor Nederland
(lw = −5°) vinden we n(*) = (2453097 −
2451545 − 0,0009)/1 − (−5°)/360° = 1552,013, dus n =
1552, dus J(*) = 2451545 + 0,0009 + (−5°) * 1⁄360° + 1
* 1552 = 2453096,9870 (met Hdoel = 0). Voor
de waarde van M voor J(*) nemen we
gewoon de waarde die we al vonden voor J, want het
verschil is verwaarloosbaar, dus M = 87,1807° en
Lzon = 87,1807° + 102,9372° + 180° = 370,1179° =
10,1179°. Daarmee vinden we Jdoorgang = 2453096,9869 +
0,0053 * sin(87,1807°) − 0,0069 * sin(2 * 10,1179°) =
2453096,9898. Als je de herhalingsmethode gebruikt voor
grotere precisie dan vind je Jdoorgang = 2453096,9895.
De zonnedoorgang op 5° oosterlengte gebeurt dus op 1 april 2004 rond
11:45 UTC, wat gelijk is aan 13:45 uur Middeleuropese Zomertijd.
Voor de Gusev-krater op Mars (lw = 184,6°) vinden we
n(*) = (2453097 − 2451545 − 0,9044)/1,02749 − 184,6°/360° =
1509,084, dus n = 1509, dus J(*) =
2451545 + 0,9044 + 184,6° * 1,02749⁄360° + 1509 * 1,02749 =
2453096,9137. Voor M nemen we de waarde die we
al eerder vonden, dus M = 112,6531° en Lzon =
112,6531° + 70,9812° + 180° = 363,6343° = 3,6343°. Daarmee
vinden we Jdoorgang = 2453096,9137 + 0,0305 * sin(112,6531°) −
0,0082 * sin(2 * 3,6343°) = 2453096,9408. Met de
herhalingsmethode wordt dat Jdoorgang = 2453096,9392.
De zonnedoorgang in de krater Gusev gebeurt dus op 1 april 2004 rond
10:32 UTC, wat gelijk is aan 12:32 UTC Middeleuropese Zomertijd.
Hierboven hebben we uitgerekend hoe laat de Zon het hoogst aan de hemel staat, uitgedrukt in de Aardse tijdschaal van de Juliaanse Datum. Daarmee weet je nog niet hoe laat dat bij jou op de klok zou zijn, en die tijdschaal is zeker niet zo handig als je op een andere planeet zit waar de dag een andere lengte heeft dan de dag op Aarde waar de Juliaanse Datum op gebaseerd is.
Als je geen interesse hebt in het omrekenen naar tijden en data op andere planeten, dan wil je weten hoe laat de Zon het hoogst aan de hemel staat op jouw planeet volgens jouw klok, die verbonden is met jouw zonnetijd en het seizoen op jouw planeet. Zonnetijd is de tijd bepaald door de Zon. Drie verschillende soorten zonnetijd zijn van belang:
Het antwoord op hoe laat de Zon het hoogst aan de hemel staat hangt er dus helemaal van af welke tijdschaal je gebruikt. In ware zonnetijd is het antwoord "altijd om precies 12 uur", maar verder is ware zonnetijd helemaal niet handig. Je hebt er bijvoorbeeld niets aan als de Zon niet schijnt of achter de wolken zit, en een mechanische klok of horloge wordt veel ingewikkelder als hij ware zonnetijd moet aanwijzen. In middelbare zonnetijd is het antwoord "gemiddeld om 12 uur", maar kan het van dag tot dag van 12 uur afwijken. In officiële kloktijd is het antwoord "gemiddeld op een bepaald uur" dat van je plaats afhangt en op de meeste plekken wel ongeveer in de buurt van 12 uur is.
Hoe groot is nu het verschil tussen de middelbare zonnetijd en de ware zonnetijd? Dat heet de tijdsvereffening. De tijdsvereffening is hoeveel je bij de ware zonnetijd ("zonnewijzertijd") moet tellen om de middelbare zonnetijd ("lokale tijd") te krijgen.
We vonden hierboven (vergelijking 24) voor het moment dat
de Zon het hoogst aan de hemel staat (tijdens zijn doorgang) dat
θ = αZon mod 360°. Voor de rechte klimming
αZon van de Zon vonden we αZon = L + C +
S. Voor de sterrentijd θ gemeten in graden
stellen we een alternatieve formule op:
(Vgl. 34) θ = L + t + 180° mod 360°
Hierin is t de middelbare zonnetijd gemeten in graden
(0° = middernacht, 180° = middag). De verklaring voor deze formule is
als volgt: Het verschil tussen de sterrentijd en de zonnetijd is een
weerspiegeling van de beweging van de planeet rond de Zon en legt dus
in een planeetjaar 360° af. Bovendien is de sterrentijd verbonden met
de regelmatige draaiing van de planeet rond zijn as, die niets merkt
van de wisselende snelheid waarmee de planeet rond de Zon draait (waar
de excentriciteit e tussen zit) of van de positie van
de Zon boven of onder de hemelevenaar (waar de inclinatie
ε van de ecliptica tussen zit). Daarom is de
sterrentijd verbonden met de middelbare lengtegraad L
van de Zon, die in een planeetjaar met vaste snelheid 360° toeneemt en
onafhankelijk is van e en ε. Tijdens de
dalende nachtevening (als λZon = L = 180°) is de
sterrentijd gelijk aan de middelbare zonnetijd, dus is de extra 180°
in de formule nodig. Tijdens een planeetdag neemt θ
360° toe (draait de planeet eenmaal rond zijn as) plus een beetje meer
of minder omdat de sterrentijd iets sneller of langzamer loopt dan de
middelbare zonnetijd, maar dat verschil zit al in de L.
Als we nu θ gelijk stellen aan αZon
dan vinden we
(Vgl. 35) L + t + 180° = θ = αZon = L + C + S mod 360°
ofwel
(Vgl. 36) t = 180° + C + S mod 24
De tijdsvereffening ∆t is gelijk aan het verschil
tussen t en 180° (omdat 180° overeenkomt met 12:00:00
lokale middelbare zonnetijd):
(Vgl. 37) ∆t = C + S
Als je de tijdsvereffening in graden deelt door 15 dan krijg je de tijdsvereffening in uren.
C hangt af van de excentriciteit e van
de planeetbaan en van de middelbare anomalie M van de
planeet, oftewel waar de planeet is ten opzichte van zijn perihelium.
S hangt af van de inclinatie ε van de
ecliptica van de planeet en van de lengte λZon van de
Zon, oftewel van het seizoen. Een eerste-orde benadering is:
(Vgl. 38) ∆t ≈ C₁ sin M + A₂ sin(2 λZon)
waarbij we vele kleinere termen verwaarloosd hebben. De volgende
tabel toont de amplitudes, dus de grootste bijdragen die de
C en S termen geven aan de
tijdvereffening voor elke planeet, gemeten in planeetminuten.
C | S | |
|---|---|---|
| Mercurius | 94,5 | 0 |
| Venus | 3,1 | 0,1 |
| Aarde | 7,7 | 9,9 |
| Mars | 42,8 | 11,4 |
| Jupiter | 22,2 | 0,2 |
| Saturnus | 25,4 | 13,0 |
| Uranus | 21,2 | 178,1 |
| Neptunus | 4,1 | 14,1 |
| Pluto | 114,6 | 69,3 |
Voor de Aarde zijn de invloeden van de baan (C) en het
seizoen (S) ongeveer even groot; voor Uranus en
Neptunus is de invloed van het seizoen veel groter dan die van de
baan; en voor de andere planeten is de invloed van de baan veel groter
dan die van het seizoen.
Voor de uurhoek die overeenkomt met h = 0 vinden we:
(Vgl. 39) H = arccos(−tan δ tan φ)
Er zijn twee oplossingen: voor zonsondergang geldt H en
voor zonsopkomst −H. Door de eerder gevonden relaties
in te vullen en kleine termen te negeren vinden we
(Vgl. 40) H ≈ 90° + H₁ sin λzon tan φ + H₃ (sin
λzon)³ tan φ * (3 + (tan φ)²) + H₅ (sin λzon)⁵ tan φ * (15 +
10 (tan φ)² + 3 (tan φ)⁴)
met
(Vgl. 41) H₁ = ε − (1⁄6) ε³ + (1⁄120) ε⁵
(Vgl. 42) H₃ = (1⁄6) ε³ − (1⁄12) ε⁵
(Vgl. 43) H₅ = (1⁄40) ε⁵
waarbij je ε moet meten in radialen in plaats van in
graden. Je rekent om van graden naar radialen door het aantal graden
te vermenigvuldigen met π/180 ≈ 0.017453292.
De waarden van H₁, H₃ en
H₅ staan voor alle planeten in de volgende tabel,
gemeten in graden. Voor Uranus en Pluto is het twijfelachtig dat de
benaderingen wel redelijke resultaten geven.
H₁ | H₃ | H₅ | |
|---|---|---|---|
| Mercurius | 0,018 | ||
| Venus | 2,643 | 0,001 | |
| Aarde | 22,801 | 0,600 | 0,016 |
| Mars | 24,387 | 0,733 | 0,024 |
| Jupiter | 3,115 | 0,002 | |
| Saturnus | 25,779 | 0,865 | 0,032 |
| Uranus | 56,907 | -0,836 | 8,716 |
| Neptunus | 26,758 | 0,966 | 0,039 |
| Pluto | 48,311 | 4,788 | 1,453 |
Zonsopkomst is het moment waarop de bovenkant van de zonneschijf 's morgens de horizon raakt. Zonsondergang is hetzelfde, maar dan 's avonds. Om de tijden van zonsopkomst en zonsondergang te kunnen berekenen moet je behalve met de eerder genoemde zaken ook met de volgende dingen rekening houden:
h = 0) dan is
de helft van de zonneschijf nog boven de horizon. De grootte van de
Zon moet meegenomen worden in de berekening.Om voor deze twee effecten te compenseren kun je h voor
zonsopkomst en zonsondergang gelijk stellen aan de h₀
uit de volgende tabel (gemeten in graden), in plaats van 0°. Voor de
Aarde is de straalbreking meegeteld, maar voor de andere planeten niet
omdat die of geen dampkring van betekenis hebben of eentje die zo
dicht is dat je de Zon vanaf het oppervlak helemaal niet kunt zien.
De tabel geeft ook de gemiddelde diameter dZon van de
zonneschijf (gemeten in graden).
h₀ | dZon | |
|---|---|---|
| Mercurius | -0,69 | 1,38 |
| Venus | -0,37 | 0,74 |
| Aarde | -0,83 | 0,53 |
| Mars | -0,17 | 0,35 |
| Jupiter | -0,05 | 0,10 |
| Saturnus | -0,03 | 0,06 |
| Uranus | -0,01 | 0,03 |
| Neptunus | -0,01 | 0,02 |
| Pluto | -0,01 | 0,01 |
Met behulp van vergelijking 21 kun je dan de uurhoek vinden:
(Vgl. 44) H = arccos((sin h₀ − sin φ sin δ)/(cos φ
cos δ))
Ook hier weer geldt H voor zonsondergang en
−H voor zonsopkomst. Zet Hdoel
gelijk aan de waarde van H voor zonsondergang of
−H voor zonsopkomst, en dan kun je met vergelijkingen
25 e.v. de tijden van zonsopkomst en zonsondergang
uitrekenen, net als voor de zonnedoorgang.
We vonden eerder dat vanaf de Aarde δzon = 4,7585°
en αzon = 11,0639° . Volgens de bovenstaande tabel
geldt voor de Aarde h₀ = −0,83°. Met φ =
52° vinden we dan uit vergelijking 44 dat H =
arccos((sin(−0,83°) − sin(52°) sin(4,7585°))/(cos(52°)
cos(4,7585°))) = 97,4785°. Vanaf Mars vonden we
δzon = 5,5123° en αzon = 11,8398°.
Met h₀ = −0,17° voor Mars en φ = −14,6°
voor Gusev vinden we dan dat H = arccos((sin(−0,17°) −
sin(−14,6°) sin(5,5123°))/(cos(−14,6°) cos(5,5123°))) =
88,7361°.
Voor ons voorbeeld keken we in de buurt van J =
2453097. Welke zonsondergang in Nederland en in de
Gusev-krater liggen daar het dichtste bij? Voor Nederland
(lw = −5°) vinden we n(*) = (2453097 −
2451545 − 0,0009)/1 − (97,4785° + (−5°))/360° = 1551,7422, dus
n = 1552, dus J(*) = 2451545 + 0,0009 +
(97,4785° + (−5°)) * 1⁄360° + 1 * 1552 = 2453097,2578. Voor
de waarde van M voor J(*) nemen we
gewoon de waarde die we al vonden voor J, want het
verschil is klein, dus M = 87,1807° en Lzon =
87,1807° + 102,9372° + 180° = 370,1179° = 10,1179°. Daarmee
vinden we Jonder = 2453097,2578 + 0,0053 * sin(87,1807°) −
0,0069 * sin(2 * 10,1179°) = 2453097,2607. Of we kunnen
schatten dat de zonsondergang J₃ H/360° dagen later is
dan de zonnedoorgang die we al eerder uitrekenden, en dan vinden we
Jonder = 2453096,9895 + 1 * 97,4785°/360° =
2453097,2603. Als je de herhalingsmethode gebruikt voor
grotere precisie dan vind je Jonder = 2453097,2606.
De zonsondergang op 5° oosterlengte gebeurt dus op 1 april 2004 rond
18:15 UTC, wat gelijk is aan 20:15 uur Middeleuropese Zomertijd.
Voor de Gusev-krater op Mars (lw = 184,6°) vinden we
n(*) = (2453097 − 2451545 − 0,9044)/1,02749 − (88,7361° +
184,6°)/360° = 1508,8375, dus n = 1509, dus
J(*) = 2451545 + 0,9044 + (88,7361° + 184,6°) * 1,02749⁄360° +
1509 * 1,02749 = 2453097,1670. Voor M nemen we
de waarde die we al eerder vonden, dus M = 112,6531° en
Lzon = 112,6531° + 70,9812° + 180° = 363,6343° =
3,6343°. Daarmee vinden we Jdoorgang = 2453097,1670 +
0,0305 * sin(112,6531°) − 0,0082 * sin(2 * 3,6343°) =
2453097,1941. Met de herhalingsmethode wordt dat
Jdoorgang = 2453097,1921. De zonsondergang in de krater
Gusev gebeurt dus op 1 april 2004 rond 16:37 UTC, wat gelijk is aan
18:37 Middeleuropese Zomertijd.
Als je zonsopkomst of zonsondergang ziet vanaf grote hoogte dan zijn er nog twee effecten die je mee moet tellen:
De correctie ∆H op vergelijking 39 die nodig is
voor de grote Zon en de dampkring is bij benadering gelijk aan
(Vgl. 45) ∆H ≈ −h₀/√(cos(φ)² − sin(δzon)²)
Voor waarnemers op de grond in Nederland en België (met
φ ongeveer 50°) is dit ongeveer 5 tot 6 minuten.
Om de duur van de zonsondergang of zonsopkomst uit te rekenen moet je
het moment uitrekenen dat de bovenkant van de Zon de horizon raakt,
zoals hierboven beschreven (met h₀), en ook het moment
dat de onderkant van de Zon de horizon raakt. Om die laatste uit te
rekenen moet je in plaats van h₀ h₀ +
d₀ invullen.
Voor op Aarde kunnen we alles bij elkaar de volgende benaderingen opstellen (met uitkomsten in uren UTC):
(Vgl. 46) tdoorgang ≈ 12h00m + lw/15° + 24 * (J₀ + J₁ sin M + J₂ sin
2 LZon) = 12h01m + lw/15° + 7,6m sin M − 9,9m sin 2 LZon
(Vgl. 47) top ≈ tdoorgang − H/15° ≈ 6h00m + lw/15° + 24 * (J₀ + J₁
sin M + J₂ sin 2 LZon) − (H₁ tan φ sin LZon + H₃ tan φ (3
+ (tan φ)²) (sin LZon)³)/15° = 6h01m + lw/15° + 7,6m sin M −
9,9m sin 2 LZon − (1h31m tan φ sin LZon + 2,2m tan φ (3 +
(tan φ)²) (sin LZon)³ + ∆H/15°)
(Vgl. 48) tonder ≈ tdoorgang + H/15° ≈ 18h00m + lw/15° + 24 * (J₀ +
J₁ sin M + J₂ sin 2 LZon) + (H₁ tan φ sin LZon + H₃ tan φ
(3 + (tan φ)²) (sin LZon)³)/15° = 18h01m + lw/15° + 7,6m sin M
− 9,9m sin 2 LZon + (1h31m tan φ sin LZon + 2,2m tan φ (3 +
(tan φ)²) (sin LZon)³ + ∆H/15°)
Voor een plek op φ = 50° en lw = −5°
(midden in Nederland) vinden we bij benadering, gemeten in
middeleuropese wintertijd (MET, gelijk aan UTC plus één uur):
(Vgl. 49) top ≈ 6h34m − 1h48,6m sin L − 13,2m sin(L)³ + 7,6m sin
M − 9,9m sin(2 L)
(Vgl. 50) tdoorgang ≈ 12h40m + 7,6m sin M − 9,9m sin(2 L)
(Vgl. 51) tonder ≈ 18h46m + 1h48,6m sin L + 13,2m sin(L)³ + 7,6m
sin M − 9,9m sin(2 L)
Deze formules zijn, hoewel het benaderingen zijn, toch best wel nauwkeurig. Een vergelijking, voor alle dagen van het jaar 2000, tussen de tijden uitgerekend volgens de complete formules en de tijden uitgerekend volgens bovenstaande benaderingen levert verschillen van hooguit 3,5 minuten voor de tijden van zonsopkomst en zonsondergang, en minder dan een minuut voor de tijd van doorgang.
Uit voorgaande formules kunnen we afleiden hoe de tijden van
zonsopkomst, doorgang, en zonsondergang afhangen van de plaats (in de
buurt van een gekozen plek). De tijden van zonsopkomst, doorgang van
de Zon, en zonsondergang (gemeten in een vaste tijdzone) worden elk 4
minuten vroeger voor elke graad dat je naar het oosten gaat. Dat komt
overeen met 2.16/cos φ seconden per kilometer. De
tijd van doorgang (dus de middag) hangt niet af van de breedtegraad.
Bovendien wordt zonsopkomst vroeger en zonsondergang later met een
aantal minuten per graad dat je naar het noorden gaat dat ongeveer
gelijk is aan 1.59 sin(L)/cos(φ)² en dat is weer
gelijk aan ongeveer 0.86 sin(L)/cos(φ)² seconden per
kilometer. De verschuiving van tijden van zonsopkomst en
zonsondergang met de breedtegraad is het grootst aan het begin van de
zomer en de winter. Aan het begin van de lente en de herfst is het 0,
dus dan hangen de tijden van zonsopkomst en zonsondergang niet af van
de breedtegraad (net zo min als die van de doorgang).
De planetariumprogramma's Redshift 3 en Redshift 5 en de huidige procedure (AA) geven de volgende waarden voor het azimut en de hoogte van de Zon aan de hemel op JD 2451545,0 (1-1-2000, 12:00 UTC) gezien vanaf de plaats met de lengtegraad en breedtegraad gelijk aan nul op elk van de planeten:
| Redshift 5 | Redshift 3 | AA | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
A | h | A | h | A | h | |
| Mercurius | 89:59:36 | −4:28:58 | 90:00 | −4:21 | 270:00:00 | −4:29:32 |
| Venus | 263:39:25 | -70:00:13 | 263:39 | -70:00 | 83:40:01 | -69:59:25 |
| Aarde | 178:03:33 | +66:57:05 | 177:37 | +66:57 | 357:20:14 | +66:55:48 |
| Mars | 233:17:03 | +44:46:23 | 233:21 | +44:41 | 53:08:10 | +44:58:23 |
| Jupiter | 275:36:38 | -56:47:58 | 273:19 | +22:27 | 93:19:59 | +23:07:15 |
| Saturnus | 115:08:60 | +33:21:18 | 115:08 | +33:18 | 294:58:39 | +32:59:52 |
| Uranus | 223:07:12 | +45:26:37 | 223:09 | +45:25 | 44:13:28 | +45:46:26 |
| Neptunus | 217:28:20 | -54:09:28 | 218:03 | -54:32 | 37:50:23 | -54:44:57 |
| Pluto | 125:32:00 | -43:59:37 | 125:32 | -44:00 | 305:34:32 | -43:59:11 |
En hier zijn vergelijkbare resultaten voor JD 2453097,0 (1-4-2004, 12:00 UTC):
| Redshift 5 | Redshift 3 | AA | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
A | h | A | h | A | h | |
| Mercurius | 89:52:29 | -87:19:22 | 89:01 | -87:06 | 270:00:00 | -87:19:36 |
| Venus | 266:46:35 | +35:02:25 | 266:47 | +35:03 | 86:46:32 | +35:02:39 |
| Aarde | 11:08:57 | +85:07:29 | 11:10 | +85:07 | 194:18:16 | +85:05:20 |
| Mars | 77:36:54 | -63:14:20 | 77:46 | -62:54 | 257:35:00 | -63:27:54 |
| Jupiter | 92:10:30 | +46:10:15 | 91:36 | +20:10 | 271:36:17 | +20:04:19 |
| Saturnus | 231:05:23 | +47:32:41 | 231:24 | +47:11 | 50:41:50 | +47:56:45 |
| Uranus | 143:35:09 | -72:11:32 | 144:19 | -72:22 | 321:08:05 | -72:43:02 |
| Neptunus | 173:45:46 | -61:31:02 | 172:54 | -61:57 | 353:01:20 | -61:59:07 |
| Pluto | 135:36:03 | -41:02:35 | 135:37 | -41:04 | 315:36:48 | -41:01:38 |
Als je in acht neemt dat de Redshift-programma's azimut tellen vanaf het noorden en ik vanaf het zuiden (waarbij een verschil van 180° hoort), dan lijken de resultaten binnen ongeveer een graad op elkaar, behalve dat de positie vanaf Jupiter berekend door Redshift 5 heel anders is dan die berekend door Redshift 3 of door mij, terwijl de resultaten van Redshift 3 en mij wel bij elkaar passen. Ik denk daarom dat Redshift 5 daar een fout maakt.
http://aa.quae.nl/nl/reken/zonpositie.html;
Laatst vernieuwd: 2012-10-18