AstronomieAntwoorden: De Sterrenhemel: 0 Uur Sterrentijd

AstronomieAntwoorden
De Sterrenhemel: 0 Uur Sterrentijd


[AA] [Woordenboek] [Antwoordenboek] [UniversumFamilieBoom] [Wetenschap] [Sterrenhemel] [Planeetstanden] [Reken] [Colofon]

Deze pagina laat de sterrenhemel zien voor 50° noorderbreedte om 0 uur sterrentijd. Het is ongeveer 0 uur sterrentijd om 0 uur lokale tijd aan het eind van september, om 18 uur lokale tijd aan het eind van december, om 12 uur lokale tijd aan het eind van maart, en om 6 uur lokale tijd aan het eind van juni.

De zwarte schijf geeft de sterrenhemel aan, in stereografische projektie. De cirkel aan de buitenrand van de schijf is de horizon. Het midden van de schijf is het zenit. Het noorden is aan de bovenkant, het oosten aan de linkerkant, het zuiden aan de onderkant, en het westen aan de rechterkant. De witte stippen zijn sterren van magnitude 3,5 of helderder. Hoe groter de stip, hoe helderder de ster.

De witte lijnen zijn lijnen van constante rechte klimming en declinatie in het equatoriale coördinatenstelsel. De witte getallen geven die rechte klimming (bovenste) en declinatie (onderste) aan.

De sterrenhemel lijkt te draaien rond de noordelijke hemelpool op een declinatie van +90°, op het punt in de kleinste witte cirkel waar verschillende lijnen elkaar kruisen. Op 0 uur sterrentijd staat de rechte klimming van 0 uur per definitie in het zuiden.

Op een geografische breedte van b graden noord staat de noordelijke pool altijd op b graden boven de horizon en kunnen alleen sterren en andere dingen met een declinatie van b graden recht boven je hoofd staan (in het zenit). De grootste hoogte boven de horizon die een ster met een declinatie van d graden kan bereiken is dan d + 90° - b (als dat niet groter is dan 90°). De kleinste hoogte is d + b - 90°. Sterren met declinatie 90 - b graden zijn dan circumpolair: die staan altijd boven de horizon. Sterren met declinaties tussen b - 90 graden en 90 - b graden staan soms boven de horizon. Sterren met declinaties beneden b - 90 graden staan altijd onder de horizon.

Hetzelfde verhaal geldt ook op het zuidelijke halfrond, als je dan overal "zuid" in plaats van "noord" leest, het minteken weghaalt van alle negatieve declinaties en een minteken zet voor alle positieve declinaties.

Op 50° noorderbreedte staat de noordelijke hemelpool dus op 50° hoogte, kunnen sterren met een declinatie van 50° in het zenit staan en kan een ster met declinatie d graden een hoogte hebben tussen d + 40° en d - 40°. Sterren met declinaties boven de 40° zijn dan circumpolair, en sterren met declinaties beneden −40° zijn nooit te zien.

Omdat er een vrij heldere ster dicht bij de noordelijke hemelpool staat (namelijk de Poolster of Polaris) kunnen we dus op het noordelijke halfrond onze breedte schatten door de hoogte van de Poolster boven de horizon te meten. Dat heette vroeger "poolshoogte nemen".

De rode lijn geeft de ecliptica weer, het pad waarlangs de Zon, Maan en planeten bewegen. De paarse lijn geeft aan waar de melkweg is. Deze gaat om 0 uur sterrentijd bijna door het zenit.

Ter illustratie zijn vier sterrenbeelden in blauw aangegeven. Om 0 uur sterrentijd komt Orion net op in het oosten, staat de Grote Beer (Ursa Major) laag in het noorden, Cassiopeia bijna recht boven je hoofd, en de Zwaan (Cygnus) in het westen.



[AA]

talen: [en] [nl]

//aa.quae.nl/nl/sterrenhemel/00-eq.html;
Laatst vernieuwd: 2016-02-07